OP DEN BIJENSTAND.


Zooals ik reeds in m'n vorig artikel opmerkte kunnen we in het laatst van Januari of zeker in Februari de groote reinigingsvlucht onzer bijen tegemoet zien.
Er zijn ons wel jaren bekend, dat ook de maand Februari hiervoor geen gelegenheid gaf, dat het zelfs de tweede helft van Maart werd, doch deze behooren bij de uitzonderingen. Ook kan het voorkomen, dat de bijen haar reinigingsvlucht bij gedeelten houden. Dit gebeurt als de temperatuur wel hoog genoeg is ± 12° C., doch het zonnetje zich slechts bij tusschenpoozen laat zien. Doch ook dit komt niet veel voor. Het best verloopt de reinigingsvlucht, wanneer de temperatuur in de schaduw minstens 10° C. is en de zon alles overgiet met haar weldadige warme stralen en de natuur een tikje zoel aandoet (Zuidenwind). De vlucht begint dan om half elf tot elf uur en duurt tot ± 2 uur. Dan is het een genot bij den stal te zijn. Vooral als men een grooten stand heeft is het goed een oude jas en hoed met grooten rand op te zetten, want dan regent het geelbruine spatjes. Een goed imker heeft zoo'n vies buitje er graag voor over.

Als de vlucht het sterkst is ga men na of alle volken er aan deelnemen. Zoo niet, dan spore men de langslapers, door tegen kast of korf te kloppen, aan wakker te worden. 't Duurt dan ook niet lang of ook deze dartelen in 't zonlicht. Dat ze er niet dadelijk bij zijn komt gewoonlijk, dat de tros zoodanig gelegerd is, dat de bijen de kans niet bemerkten. Mocht er sneeuw liggen, dan neme men, voordat de vlucht sterk wordt, aanstonds zijn maatregelen opdat de bijtjes niet in grooten getale in de sneeuw omkomen. Deze maatregelen zijn reeds in 't Januarinummer beschreven, dus verwijs ik daarnaar.

Is de vlucht afgeloopen, dan ga men na of er ook volken zijn, welke niet tot rust willen komen. 't Komt voor, dat de koningin gedurende den winter sterft en in den tros blijft hangen. De bijen voelen zich dan niet moerloos. Door de ontkluwing van den tros valt echter de moer op den bodem en zullen de bijen haar bij haar terugkeer missen. Dan is Leiden in last en 't wordt een zenuwachtig zoeken van je welste. Men ziet de bijen rond het vlieggat draven en binnen hoort men een onrustig gezoem. Andere (normale) volken zitten weer muisstil, Men merke zoo'n stok. Blijft de onrust ook de volgende dagen aanhouden, dan is zoo'n volk moerloos. Tot begin of half Maart late men zoo'n volk rustig staan. De natuur laat het meestal niet toe reeds tot een operatie over te gaan.

Om reeds in Februari naar eitjes te gaan zoeken is niet noodig; in 75% der gevallen zullen deze nog niet aanwezig zijn. In enkele gevallen zal de koningin in het laatst van Januari of de maand Februari beginnen te leggen, doch in de meeste gevallen niet voor einde Februari of begin Maart. Persoonlijk heb ik veel liever, dat ze pas begin Maart met leggen beginnen. Dit voorkomt veel verlies aan vliegbijen.

Zoodra het vermeerderingsproces begint, komt ook de corveedienst in 't geweer. Er moet water gehaald worden. Zoo er niet veel stuifmeel in den stok aanwezig is, probeeren de bijen dit bij eenigszins goed weer buiten te halen. Deze bezigheden kosten bijenlevens ! Veel beter is het de bijen in het prille voorjaar zoo rustig mogelijk en niet te warm te houden, opdat de drang tot broeden niet ontstaat en ze nog aan den tros blijven. Heeft men z'n volken erg warm ingepakt, dan is er alles voor te zeggen in Februari wat lichter te dekken, dus wat te ontdekken. Komt dan Maart in 't land, dek ze dan lekker warm toe. Hoe warmer men ze dan dekt, hoe beter de warmte in den stok blijft, hoe grooter broednest kan gemaakt worden. Ook om de koningin is een zeer vroege broedaanzet niet bevorderlijk, kan zelfs levensgevaarlijk zijn. Ze is dan veel kwetsbaarder en kan de koude veel minder verdragen dan wanneer ze niet legt, dus in rust is. 't Is me ook meerdere malen opgevallen, dat juist de volken, welke laat beginnen, later juist de beste volken blijken en de z.g.n. voorloopers ver overvleugelen.

Hoe men met de moerlooze stokken moet handelen zal ik in het Maartnummer uiteenzetten.
Ook zou het door buitengewone omstandigheden kunnen gebeuren, dat er ergens honger was. Bij normale inwintering kan dit echter in Februari nog niet voorkomen, tenzij door schuldige nalatigheid des imkers doordat hij voor veel te weinig leeftocht heeft gezorgd. In Maart echter over deze zaak meer.

Februari is ook de maand waar in "roer", beter "bevuiling", kan optreden. Er wordt telkens gezegd: roerziekte. Dit is een totaal verkeerde uitdrukking. Ziekte is het absoluut niet! 't Is een gevolg van het door een of andere oorzaak gebruik of te veel gebruik maken van zekere soorten honing, welke veel onverteerbare bestanddeelen (dextrineachtige stoffen) bevatten met als gevolg een ophooping in den einddarm van deze onverteerbare restanten (faeces). Normaal ontdoet een bij zich van deze faeces, vliegende (reinigingsvlucht). Doch, ontstaat er door een van bovengenoemde redenen deze behoefte op een tijdstip, dat deze ontlasting niet op de gebruikelijke wijze kan geschieden, dan doen de bijen het in hoogsten nood rond het vlieggat, ja zelfs op den korfwand en op de raten (bij hevige koude). Ook ziet men veel bijen met zwaar achterlijf om zulke stokken liggen. Ze hebben nog geprobeerd de woning zuiver te houden, doch bij dit loffelijk streven zijn ze, door de koude bevangen, omgekomen. Door haar zwaren last vliegen ze slecht, gaan zitten en verkleumen. We kunnen gerust aannemen dat in Nederland voor 95% de heidehoning waarop veel volken worden overwinterd, de oorzaak van dit euvel is. Zelf sukkelde ik er vroeger met lange winters ook wel eens mee, doch zoolang ik m'n volken op 100% suiker overwinter heb ik geen geval meer gehad. Wel een bewijs. dat het woord ziekte een totaal verkeerde uitdrukking van dit euvel is.

Laat ook na de reinigingsvlucht rust op Uw stand heerschen. Verder moet men de wenken voor januari gegeven ook deze maand in acht nemen.

Is er op den stand weinig te doen, toch kan men in deze maand de voorbereidingen voor het komende seizoen voortzetten. Deze zijn voor den korfimker: korven oplappen; spijlen schoonen en nieuwe maken; korven verven; doeken verstellen etc. etc. het materiaal van den korfimker ziet er soms treurig uit. Het vlechtband (riet) is op verschillende plaatsen stuk; bij de geringste operatie welke zoo'n volk moet ondergaan, gaat de korf stuk. Om b.v. zoo'n volk te kunnen jagen (kloppen) is geen sprake meer. Ook de onderste ringen zijn soms totaal kapot. Zulke korven lijken soms veel op de scheeve toren van Pisa.Bij een goede dracht moet er een stut onder, anders vallen ze om. 't Is toch een kleine moeite om onder zulke korven een paar nieuwe randen te maken. Ook als een korf wat harmonica-achtig wordt of het vlechtmiddel buiten den korf stuk is, kan men dit gemakkelijk herstellen. Men neemt daartoe een lang eind vlechtriet. Maakt dit aan den ondersten rand vast; haal het vervolgens over den buitenkant van den korf tot den kop en steek het daar naar binnen. Trek het flink aan en haal het naar binnen gestoken einde nu telkens om het over den korf loopende riet en trek het telkens goed aan. Doe dit tusschen iedere twee wisschen (randen) tot de onderste. Zoo'n korf zit dan weer goed in verband. Ook moet men zijn korven in de verf zetten en houden; wees vooral niet te zuinig met de verf. Hoe dikker laag men geeft, hoe steviger en houdbaarder wordt de korf.

Zie ook de spijlenvoorraad eens na. Maak er een partij nieuwe bij. Men neemt daarvoor hout van den vuilboom. Maak de spijlen plat; de hoeken afgerond en 1 c.m. breeden ½ c.m. dik. Bij het uit den korf trekken veroorzaken deze niet zulke groote openingen in de raten en beschadigen ook den korf niet zoo erg. Over het spijlen van den korf iets in het Meinummer.

Bijendoeken (reizen met bijen) maakt men zeer goedkoop van grof juteweefsel (wijdmazig) en is voor een krats te koopen bij manufacturiers. Om deze doeken echter degelijk te maken kwast men ze in met een dunne olieverf (± 9 deelen gekookte lijnolie met 1 deel grondverf vermengen) en laat ze daarna goed drogen. Door de verf gaat het weefsel vastzitten, zoodat de bijen er niet kunnen doorkruipen. Ook gaan de bijen er nu niet zoo gauw aan vreten. De vier hoeken versterkt men met vierkante stukjes jutedoek. Maak verder stukjes rubber groot 5 X 2½ c.m. van een ouden fietsband. Buig deze stukjes om de versterkte hoeken en sla door de stukjes en den doek een spijker (28/11). De rubberstukjes verhinderen, dat de spijkers er uit kunnen vallen.

Voor den kastimker is er natuurlijk meer te doen. Hij herstelt z'n ledige kasten en geeft ze een nieuw jasje. Door telkens 1/5 zijner kasten 's winters ledig te houden, kan hij ze om beurten repareeren. Den onderkant bodem geeft hij een flink carbolineumbad. Maak raampjes zonder zaagsnee. De zaagsnee is een pracht gelegenheid voor de wasmot om zich te verbergen en in te spinnen. Als men de raampjes op de goede wijze van draad voorziet is de zaagsnee absoluut overbodig. Ook kan men nu de kunstraat maken, tenminste als men een gietvorm bezit. Ggoten kunstraat is te prefereeren boven gewalste. Een voor
deel is echter, dat men in één k.g. meer gewalste dan gegoten vellen krijgt. Over gieten en inzetten een volgenden keer. Het inzetten moet men vlak voor het gebruik der ramen doen.

De kastimker lette er vooral nu op, dat z'n kasten van binnen niet te vochtig zijn. Hij make een kleine opening ± 1 m.m. tusschen bak en deksel, door er een klein spijkertje tusschen te steken. Deze opening is juist voldoende om de ontstane waterdamp, welke zich door de strenge koude als ijs heeft afgezet, te laten ontwijken. Men voorkomt daarmee, dat de inhoud der kasten muf en schimmelig wordt. Vooral de niet bezette raten blijven dan mooi. Mogelijk zult ge bang zijn, dat het daardoor zooveel kouder in een kast wordt. Juist het tegenovergestelde is waar. Juist droog dekmateriaal houdt veel beter de warmte dan wanneer dit muf en vochtig is. Verondersteld wordt natuurlijk, dat men de volken goed heeft afgedekt, zoodat geen tocht in de kast kan ontstaan. We pasten deze manier reeds jaren toe met veel succes. 't Is 't ei van Columbus vergeleken met al het geschrijf over deze kwestie.*)
Naar aanleiding van het onderschrift bij het vorig artikel door onzen redacteur zou ik willen opmerken, dat de verloving nu lang genoeg heeft geduurd en dat het meer dan tijd wordt tot trouwen. Anders gebeuren er mogelijk ongelukken
D., S.

* ) Bij Simplexkasten, W.B.C. e.a. heeft men daarvoor een boorgat in den deksel, welk gat bijendicht gemaakt is. RED.