Hoefblad.
Klein Hoefblad

De naam zegt het reeds: blad in hoefvorm. Toch is dit niet altijd juist, daar diverse bladvormen van de hoefbladfamilie niet hoefvormig zijn.
De hoefbladfamilie is met hare affine (verwante) soorten een ware cosmopolietenfamilie. Immers zij bewonen een groot deel der aarde. Men vindt ze zoowel in het hoogste Noorden (pet alb. Siberië) als wel in het diepste Zuiden (pet progans Zuid Eur. - pet jap. China Japan enz.)
Ook vindt men er echte alpinen onder en menig alpentoerist brengt vaak onder zijne gentianen, alpenklokjes en alpenviooltjes ook wel wat monogynes (alpenhoefblaadjes) mee om ze in zijn rots- of alpentuintje te planten en zoodoende de herinneringen aan zijne bergreis levendig te houden. Zulke plantjes mogen uit botanisch oogpunt heel aardig zijn, voor den imker leggen ze geen gewicht in de schaal.
De twee voornaamste soorten welke in ons landje in de vrije natuur het meest voorkomen zijn: Tussilago farfara (klein hoefblad) en petasites officin. (groot hoefblad).
Klein hoefblad (Tus. farfara) van Tussi = hoesten, waarvoor het blad vroeger doch ook thans nog in de geneeskunde gebruikt wordt. Farfar doelt op meel, dat in verband met de wit meelachtige onderzijde van het blad. Men noemt kl. hoefblad ook wel in den volksmond Hoeven - Paardevoet - Stinkbloem - Huulsblad - Tabak enz.
Het oude spreekwoord: Maart roert zijn staart, is nog steeds van kracht, nu eens regen-, zelfs sneeuwbuien, dan weer zonneschijn. Het is Koning Winter die in strijd is met Helios. Deze laatste zal met zijn vlammend zwaard stellig overwinnen en lokt dan met zijne negen zomersche dagen de bijen uit hunne woning, die zich dan aan de geopende bloempjes van kl. hoefblad kunnen vergasten (stuifmeel en nektar).
De Hoefbladen behooren tot de familie der Composieten of samengesteldbloemigen, d.w.z. dat hetgeen er uitziet als één bloem in werkelijkheid eene verzameling is van verscheidene bloempjes " op één hoofd, zoo óók b.v. de paardebloem. Toch is de vorm Kl. Hoefbladbloempje eenigszins anders (hol), men spreekt dan ook van: korfvormige bloeiwijze. De planten verspreiden wortelstokken, die wel eens als onkruid lastig kunnen worden. Ze kunnen groote vlakten voor zich opeischen, doch zijn betrekkelijk streng aan zekere bodemgeaardheid gebonden. Zij minnen kalkachtig puin, kiezelgronden enz. Sommigen beweren, dat zij als gids beschouwd kunnen worden voor de aanwezigheid van aluminium. 't Bloempje is bij donker- of regenachtig weer, alsmede des avonds gesloten en is dan knikkend. Na den bloei vormen zich de z.g.n. kaartjes. De zaadjes met hun kroon, die door den wind zich in massa's over verre afstanden verspreiden, ontwikkelen zich lang niet alle tot plantjes. Ze ontwikkelen zich plaatselijk, het blad ontwikkelt zich na den bloei.
Groot Hoefblad (pet. officin) duidt reeds op geneeskracht tegen jicht en urinebezwaren, is veel minder in beteekenis voor onze bijen dan Kl. Hoefblad. Toch ziet men ze wel eens tamelijk bevliegen. Ze zijn mooi met hun hooge roodachtig of bijna wit op Hyacinthen gelijkende bloemen en groeien aan den waterkant met groote sierlijke bladeren, die meestal na of in het laatste van den bloeitijd te voorschijn komen.
Pluk de bloemen niet, laat ze bloeien en deel uitmaken van de ontluikende Maartsche bloemenpracht en gun ze de ijdelheid, dat ze zich spiegelen in zilveren sloot of waterplas.
HOENSBROEK.
C. DE JONG.