Referaat.
De beteekenis der koninginneziekten voor de bijenteelt.
W. Fyg. Liebefeld-Bern.
Reeds in 1934 heeft deze medewerker van Morgenthaler in Bern een studie gepubliceerd onder den titel van "Ziekten der bijenkoningin", waarin 8 verschillende aandoeningen van de geslachtsorganen worden beschreven.
Voor de leden van het in Augustus van 1939 te Zürich gehouden bijenteeltkundig congres heeft Fyg over bovenstaand onderwerp gesproken. Sinds 6 jaar is hij met dit onderzoek bezig. Hij zette uiteen, waarom aan dit onderdeel van het ziekteonderzoek bijzondere aandacht werd geschonken. Niet alleen uit een oogpunt van wetenschappelijke interesse, maar ook om de practische bijenteelt te dienen. Hij wees op de rol der koningin voor het leven en de productie van het volk, zoowel door raseigenschappen als door haar volkomen normalen en gezonden staat, waarin zij heeft te verkeeren. Evenzoo als afwijkingen en ziekten van de werkbij en van het broed in hun aard en wezen bekend moeten zijn, zoo niet minder die van de koningin. Interes-sant is zijn redeneering, waar hij, wijzend op hetgeen door een 40-jarige rassenteelt aan verbetering van het eigen ras is gedaan, zegt, dat ook dit onderzoek zijn plaats in het geheel van maatregelen verdient, welke ten bate der ontwikkeling van de bijenteelt werden genomen. Hoe hooger deze ontwikkeling staat, hoe meer belangstelling er zal zijn voor elk der onderdeelen. Zoowel bij de veredelde als bij de niet-veredelde koningin zijn gebreken aangetroffen. Waar de waarde der koningin uiteraard door veredeling stijgt, zal ook het practische nut van de kennis dezer gebreken toenemen.
Op een andere, speciaal voor de rassenteelt belangrijke vraag richt Fyg de aandacht. Hierbij wordt, gelijk bekend, veel aan inteelt gedaan. Het bezwaar, dat deze inteelt kan leiden tot degeneratie der teeltproducten en tot grootere gevoeligheid voor ziekten en gebreken is in Zwitserland veel gemaakt. Het onderzoek zal deze mogelijkheden kunnen controleeren.
De vaklitteratuur zegt weinig omtrent dit onderwerp. De geestelijke, Adam Schirach echter schreef in zijn boek verschenen in 1766 reeds "De moederbij is onderworpen aan alle ziekten, evenals de gewone bijen; maar daar zij van het vrouwelijk geslacht is, zoo bedreigen haar, vanwege haar natuur, nog bijzondere mogelijkheden voor ziekten, die, als ze niet worden weggenomen - den ondergang van het volk bevorderen". Schirach kende bultbroed, het plotseling onvruchtbaar worden en ook de z.g. bastaardvormen.
Met Dzierzons leer over de geslachtsbepaling in den bijenstaat, waarbij ook de inwendige bouw der koningin nader bestudeerd werd, kwamen ook de afwijkingen meer aan het licht. Leuckart, Siebold en Arnhardt hebben daarna eenige waarnemingen gedaan, zonder ze echter systematisch te bestudeeren. Ook daarna zijn het meest toevallige vondsten geweest.
Door de samenwerking der verschillende instanties kreeg Fyg de laatste 6 jaar niet minder dan 1280 koninginnen toegestuurd, waarin hij o.m. het bewijs ziet, dat ook de practische imker de waarde inziet van dit werk. Fyg heeft 50 nieuwe ziekten en afwijkingen kunnen constateeren en verder nog 12 reeds bekende. Het zijn in hoofdzaak ontwikkelings- en bevruchtingsstoringen, parasitaire- en stofwisselingsziekten, ten slotte nog afwijkingen welke op erfelijkheid berusten. Hij maakte de opmerking, dat dit groote aantal den indruk op de buitenlandsche gasten zou kunnen
maken, dat Zwitserland wel bijzonder veel misvormde en zieke koninginnen opleverde. Niet alleen onaangenaam zou dit zijn voor de Zwitsers, maar die voorstelling was bovendien totaal verkeerd, daar hij overtuigd was dat bij systematisch onderzoek, deze zelf- de zaken in elk land zouden worden gevonden. Fyg verbond aan deze bespreking de opmerking of niet verschillende koninginneziekten bij nader onderzoek zouden blijken voor te komen bij werkbijen en darren, hetgeen hij met recht meende te mogen veronderstellen, hetgeen wederom een stap nader kon voeren tot oplossing van tot nu onbekende ziekten etc. bij de werkbij. Deze studie moest ook daarom van beteekenis worden geacht, omdat de studie van het abnormale grondige kennis van het normale vooronderstelt. Hoe beter wij het normale leven en zijn functies kennen, des te meer succes is te verwachten van het ziekte-onderzoek. Fyg hoopt dat deze meerdere kennis ten slotte ook de koninginne- en rassenteelt ten goede zal komen.
De 62 ziekten en afwijkingen heeft Fyg in 3 groepen verdeeld. 1e Misvormingen (16), 2e ziekten en parasieten (30) en 3e afwijkingen (16). Daar een nadere onderscheiding den lezer voorloopig weinig zal interesseeren, zal deze hier niet worden gegeven; belangstellenden kunnen bij referent door aanvrage een opgave krijgen.
Slechts deze opmerking wil ondergeteekende er aan toevoegen. dat ingeval een imker om een of andere reden verdenking koestert van eenige afwijking bij een zijner koninginnen, door toezending van de levende koningin met wat bijen aan hem, deze gaarne ter nader onderzoek aan den heer Fyg te Bern zullen worden opgezonden. Na berichtgeving van een en ander kan ook gratis verzendingsmateriaal worden toegezonden.
WINKEL.