Van dood en leven.


De strenge en langdurige winter heeft zijn tol geëischt; talrijk zijn de gevallen van algeheele sterfte en niet minder die waar de volken deerlijk hebben geleden.
In vele gevallen is de oorzaak niet twijfelachtig; de bijenvolken waren te klein bij de inwintering en/of met te weinig voedsel den winter ingestuurd.
Overigens is het nog te voorbarig om met conclusies te komen; daarvoor zijn de gegevens nog te gering. In ieder geval mogen de hedendaagsche imkers zich nog wel eens herinneren, dat de imkers van voor meer dan een eeuw reeds zeiden, dat het meesterstuk in de imkerij de inwintering is; en zij hebben gelijk!
De meer dan gewone sterfte zal haar invloed ook wel doen gelden op de plaatsing van bijenvolken in de boomgaarden en misschien, ten goede of ten kwade, van invloed zijn op de bijenmarkten.
Na eenige minder fortuinlijke jaren, wat honinggewin betreft, kwam de uitzonderlijke strenge winter van 1939/1940 er nog eens een schepje bij op doen.
Waar de imkers van nature ongelooflijke optimisten zijn, zullen we hen hooren beweren, dat het nu niet slechter meer kan, dus.... we gaan een goeden tijd tegemoet! Wij hopen van harte, dat dit juist mag zijn.

Zooals we weten, wordt dit jaar de imkersdag, onze achttiende!, in Dordrecht gehouden. De juiste datum is nog niet bekend, doch het voorloopig programma ziet er weer aantrekkelijk uit. Wij verklappen vast, dat we een boottocht gaan maken in de Dordtsche wateren en dat deze boottocht ons gastvrij wordt aangeboden door het Gemeentebestuur van de stad Dordrecht. Een woord van warme hulde en hartelijken dank moge hier stellig niet ontbreken. In de komende nummers zullen we op de gebruikelijke wijze onzen leden verdere voorlichting geven.

Voor de fruitstreken zijn meer dan 1800 bijenvolken ter beschikking gesteld; echter slechts een aanvrage van ruim 500, waarvan in Zeeland bijna 300. De fruittelers zullen nog moeten leeren. Vele imkers hebben we moeten teleurstellen. Algemeen was men van meening, dat een uniforme regeling de voorkeur verdient; een enkele uitzondering daargelaten, want het zou een wonder zijn, indien we het allen over een bepaald onderwerp eens zijn.

Zoo óók wat betreft ons maandschrift. Bij de Redactie kwamen tal van brieven binnen waarin men zijn groote tevredenheid betuigt met de verbetering; zelfs uit het buitenland. Maar ook zijn er lezers, die zich met den vorm van het maandschrift noch met de kleur kunnen vereenigen. Wat deze laatste betreft, over enkele maanden wordt de kleur weer groen en kunnen we weer spreken van "ons Groentje". Overigens geven we in overweging niet ál te vlug met bezwaren te komen. Al het nieuwe moet eerst wennen en als men er aan gewend raakt, dan wil men het niet gaarne meer missen. Het bezwaar, dat men het maandschrift nu niet meer in zijn zak kan meedragen is trouwens ook maar betrekkelijk. Wanneer men het losjes in de breedterichting vouwt, dan is het zelfs nog iets kleiner van afmeting, dan het orgaan in zijn vorigen vorm.
Hulde, dat het nu gevouwen verzonden wordt en spijtbetuiging, dat het niet ongevouwen in huis komt! We zien het, aan alle verlangens is nog niet zoo gemakkelijk tegemoet te komen.
Eén ding is er waarover men het algemeen wel eens is en dat is de degelijkheid van den inhoud. Dat verheugt ons bizonder, omdat het in de eerste plaats op den inhoud aankomt. Wellicht neemt men dan den vorm - welke om bepaalde technische en commerciëele redenen noodig was - wel op den koop toe.

JOUSTRA.