DE HEIDE


Struikheide (calluna vulgaris).
Als de oogst van de velden verdwenen is, de dagen reeds merkbaar beginnen te korten en de dauwige nachten bladeren en bloesems als fluweelen beparelen, dan is Augustus, de heidemaand, aangebroken. Wel is dit jaar de anders zoo gesacrifieerde stilte en kalmte door het oorlogsmonster wreed verstoord geworden, doch de bloeiende heidezee herademt en doet het geleden leed snel vergeten.
Traditioneel gaat de imker met zijne immen naar de heide om de laatste kans van het afgeloopen jaar te benutten. Sommige imkers meenen, dat ze zouden zondigen wanneer zij een jaar heidereis zouden overslaan. De geest van vader en grootvader zou immers opstandig tegenover hen worden. Hoe het ook zij, de tijd van toen is voorbij en de z.g. schilderbaren vol met heidehoning behooren thans tot het rijk der fabelen.

Over het algemeen kan men aannemen dat de heiden met de dikste humuslagen de beste zijn (Lüneburger heide), doch deze vallen jammer genoeg ook steeds als eerste offer van de ontginningszucht, omdat zij het voordeeligst en het gemakkelijkst cultureel productief te maken zijn. Zoo blijft ons uiteindelijk niets anders dan schrale heide over, die weinig honingt. Voorheen zag men kudden schapen die het heidegroen verorberden en de mest lieten vallen. Het was niet slecht, want op tijd afgeknaagde of afgebrande heide gaf later nieuw jong schot, hetgeen gaarne door den imker gezien werd.
Kunstmatig zou arme heide nog wel te verbeteren zijn door het toedienen van kunstmest. Ik ken imkers, die zulks doen, doch in hoeverre zij de verlangde resultaten bereiken of hunne moeiten beloond zien...? De soort kunstmest, het spreekt vanzelf, hangt af van de bodemstructuur. Het was wel goed te keuren, wanneer de bonden daar eens wat dieper op ingingen en proeven werden genomen.

Over heide lezen we in de uitgave "De groote stille Heide" van Dr. de Wever het volgende:
De heide vormt veel zaad, dat 's winters pas door den wind verspreid wordt. Hoe sterk struikheide ook in al haar organen aan de diverse grondsoorten is aangepast, toch kan ze op den duur niet gedijen zonder zwammen in den bodem, die zelfs in haar bovengrondsche deelen zitten: hiertegenover kunnen deze zwammen alleen bestaan door het voedsel dat de wortels der struikheide hun verschaffen. De zwammen nemen de noodige stikstof uit de lucht op, die de struikheide op aan organische stoffen armen grond broodnoodig heeft.

Tegen uitdrogen is de struikheide op drie wijzen beschut. De struiken staan dicht op elkaar, zoodat de wind niet te veel tot op den bodem kan doordringen. De blaadjes zijn zeer smal en de huidmondjes klein. De vertakte wortels zijn door een groote menigte haarworteltjes omgeven, die te zamen een pruik vormen.

Dr. Beyerinck beschrijft niet minder dan 48 verschillende vormen. Struiken van meer dan 1 m. hoog, maar ook kruipende en kussenvormige. Bloemen in allerlei tinten, van karmijnrood tot paars en zuiver wit; gevuldbloemige en varieteiten met alleen stamperbloemen; deze laatste blijven knopvormig gesloten en zijn onvruchtbaar. Heide, die in Juli, andere die nog in December bloeit.
De levensduur der heide is nog niet voldoende bekend. Struiken in ons land van ± 20 jaar oud zijn bekend, in Scandinavië van ± 40 jaar oud.
De dopheide, welk ook door de bijen goed bevlogen wordt, bloeit gewoonlijk vroeger dan de struikheide; waar zij veel voorkomt kan men de imkers dus aanraden daar eerder naar de heide te gaan. Iedere imker leere zijn eigen streek kennen en handele met zijn bijen hiernaar.

Resumeerende komen we tot de slotsom, dat hier en daar nog wel honing van de heide te halen valt. Doch ook merken we zienderoogen dat, al willen we veel eenigszins kunstmatig hoog houden, jammer genoeg de tijd niet ver meer is, dat de heidevaart sterk gaat verminderen en in de toekomst tot het verleden gaat behooren. Doch wanneer het getij verloopt dienen de bakens verzet te worden. De zomerdracht is en blijft voor ons de hoofddracht en daardoor zal zeer zeker in de toekomst de mobielbouw (kasten) wel gaan overheerschen.

HOENSBROEK,
C. DE JONG.