Die volken kunnen prima worden voor de heide
of DE WISSEL OP DE EEUWIGHEID.
Geinspireerd door bovenstaanden regel, welke ik een wissel op de eeuwigheid zou willen noemen, en die U hebt kunnen lezen in de beantwoording van vragen die gesteld werden naar aanleiding van de publicatie der Meijer-kast, zou ik gaarne in verband hiermede iets mededeelen. Het lijkt mij, dat in de eerste plaats niet de kast, doch het systeem dat moet worden toegepast, het voornaamste is in de bijenteelt. Daarom wil ik eerst een oogenblik stilstaan bij de mogelijkheid om honing te kunnen winnen en kom dan straks vanzelf bij het feit dat zulks in een kast moet geschieden en wel in een kast die vele mogelijkheden biedt.
Sedert 10 jaren houd ik bijen, waarvan ik de eerste 8 jaren letterlijk bijen gehouden heb en de laatste 2 jaren honing gewonnen door het bijenhouden. Waarom ik de eerste 8 jaren dan geen honing kreeg, wel, omdat ik die jaren noodig heb gehad om honing te leeren winnen. Deze leertijd zult U wellicht lang noemen, doch ik troost mij met de gedachte dat er heele imkersstammen zijn, die het nooit leeren of nooit leeren willen.
In die 8 jaren studietijd heb ik tot in den treure steeds maar weer moeten hooren dat m'n volken prima werden voor de heide, doch de oogst was steeds nihil, omdat de heide geen dracht gaf.
In dien tijd reisde ik ook met m'n bijen naar de zomerdracht, acacia, korenbloem, linde en klaver, doch het resultaat was maar poovertjes te noemen. Totdat me eindelijk een licht opging en ik bemerkte dat m'n volken een sterk leger vliegbijen hadden op het juiste moment, om een behoorlijke oogst binnen te halen.
Nu ga ik de laatste twee jaren met een broedkamer vol broed en een honingkamer met uitgeloopen broed en onder die honingkamer een rooster, naar de zomerdracht en het resultaat is: het eerste jaar pl.m. 130 pond van 3 kasten en het laatste pl.m. 140 pond van 3 kasten. U zult zeggen dat dit ook niet zoo buitengewoon is, hetgeen ik ook niet wil beweren, doch ik vind deze oogst voor een periode van 3 weken behoorlijk.
Zwermen doen mijn volken niet. Daarvoor krijgen ze ook geen kans. Ik ga met jonge bevruchte moeren naar de zomerdracht. Is er geen jonge bevruchte moer in het volk, dan raad ik eenieder aan er niet mede naar de zomerdracht te gaan, want dit geeft maar al te dikwijls teleurstelling. Na de zomeroogst binnengehaald te hebben maak ik de volken gereed voor de heide en mocht deze eens een keer nectar geven, dan beschouw ik dit als een toegift. De buit heb ik toch reeds binnen. Hoe iemand nu nog alléén kan imkeren op de heide, en hier doel ik speciaal op de heide in Gelderland, is mij een raadsel.
Nu een oogenblik over de kast. Met de Simplexkasten kan ik niet werken. Ik heb zelf een kast gemaakt. Buiten- en binnenbakken aaneen. Kan zonder eenig bezwaar 3 honingkamers plaatsen. Naar de heide ga ik met 1 honingkamer en is dit mij altijd nog 1 te veel gebleken.
Uit de beantwoording der vragen hierboven bedoeld begrijp ik nu niet goed wat men bedoelt met "een kast die alle mogelijkheden biedt bestaat er niet en zal er ook wel niet komen". Ik heb 8- en 10-raams kasten. Raammaat Simplex. Op de zomerdracht kan ik kasten plaatsen met resp. 32 en 40 ramen en op de heide met resp. 16 en 20 of zelfs nog minder als ik dat wensch, door er blokken in te hangen. Nog nimmer heb ik kunnen bemerken dat dit kwantum ramen op de heide te weinig bleek te zijn. Ik heb geen bezwaar tegen de Meijer-kast. Voor het doel dat de Heer Meijer er zich mede voorgesteld heeft lijken ze mij wel geschikt. Alleen een kleine opmerking over den bodem. Ik acht het van groot belang dat deze er onderuit genomen kan worden. Het gebeurt n.l. wel, dat een volk moerloos wordt in den winter. Dit kan dan vroegtijdig geconstateerd worden en men kan maatregelen nemen. De bedoeling van het bovenstaande is: Tracht van de zomerdracht te halen wat er van te halen valt.
Zorg voor een sterk leger vliegbijen op pl.m. 15 Juni, dus veel eitjes op pl.m. 1 Mei. Een en ander in een kast, die men uit kan breiden tot 32 of 40 ramen en in kan krimpen tot 16 of 20 ramen. Ga ook nog naar de heide, misschien valt het eens mee en krijgt U dat dan op den koop toe.
VELP (G.), 16 Juli 1940.
G.S. BRINKERT.
Naschrift Red.
Waar verschillende imkers een eigen systeem hebben en ook weer in diverse soorten woningen imkeren en er ook honing in winnen, zèlfs op de heide, bewijst dit wel, dat een universeele bijenwoning nog niet is uitgedacht en, zooals dhr. Meijer zegt ook wel niet gevonden zal worden. Als de heide niet honingt falen de beste bijenvolken in de beste bijenwoningen; dat geldt natuurlijk ook van de zomerdracht. Zooals de schrijver zegt, een volk zal aan enkele grondeischen moeten voldoen en als er dán honing te halen is dan halen zij die, zooals destijds een schildersknechtje in de Wieringermeer in een botertonnetje!! En de goede jongen had nog nimmer bijen gezien, en nog minder gehoord van den strijd welke er op het gebied van bijenwoningen gestreden wordt.
RED.