Het resultaat.
Zooals onze lezers weten, heeft de Voorzitter, Mr. L.R.J. ridder van Rappard, het initiatief genomen om alle organisaties op bijenteeltgebied bijeen te brengen en in één enkele organisatie op te lossen.
Na een tweetal besprekingen is het volgende resultaat te melden:
1e. De Nederlandsche Imkersbond (± 900 leden) is bereid zich in onze Vereeniging op te lossen onder bepaalde voorwaarden;
2e. De Zuidelijke bonden (± 8500 leden) voelen voor een fusie niets, doch willen op de breedst mogelijke basis met ons samenwerken;
3e. De Alg. Ned. Imkersver. (± 1500 leden?) wil eventueel wel samenwerken onder een centraal bestuur, mits elke organisatie, ongeacht de grootte, eenzelfde aantal vertegenwoordigers in het centraal bestuur krijgt. Aanvankelijk zegde deze groep haar medewerking slechts dán toe, indien de nieuwe vereeniging op nationaal-socialistischen grondslag zou worden opgetrokken.
De Voorzitter voelde primair voor een fusie, omdat een federatie feitelijk een lapmiddel is, de totale kosten te hoog blijven en een bron van oneenigheid kan blijven bestaan.
Ten slotte stelde hij de voorwaarde, dat indien slechts een federatief verband met de Zuidelijke bonden verkregen zou kunnen worden, de samenwerking inniger zou dienen te zijn, dan tot nu toe in de contactcommissie. Met name zou er overeenstemming moeten worden verkregen t.a.v. het bedrag, dat per lid aan de koepelorganisatie (federatie) zou moeten worden bijgedragen om: 1e het Ned. Honingcontrôlestation veilig te stellen; 2e. de proefbijenstand te kunnen oprichten en financieren en verder de in de toekomst noodige instellingen te stichten (ziektebestrijdingsdienst, enz.)
Op een daartoe belegde vergadering werd ten deze met de Zuidelijke bonden volkomen overeenstemming verkregen en het bedrag voorloopig op 25 ct. per lid gedacht. Tevens werd op die vergadering de noodzakelijkheid gevoeld, dat de secretaris van het federatiebestuur een uitgebreide taak zal moeten worden toevertrouwd en o.m. een band zou moeten leggen tusschen de verschillende secties (honingcontrole, proefstand, ziektebestrijding, enz.).
Het ligt in de bedoeling om de nieuwe regeling met ingang van 1 januari 1941 te doen ingaan.
De Voorzitter stelt zich de federatie voor als een zelfstandig lichaam met eigen bevoegdheid t.a.v. de algemeene Imkersbelangen in den vorm van een bedrijfsraad voor de Bijenhouderij in Nederland met als Directeur-Secretaris een vertrouwensman van alle aangesloten organisaties, die tevens het contact met de verschillende regeeringsinstanties verzorgt en zich tevens op de hoogte houdt en laat stellen van al hetgeen voor de op- en uitbouw der vaderlandsche bijenteelt van belang zijn.
Het nieuwe instituut zal de noodige waarborgen moeten geven, dat de dikwerf uiteenloopende belangen van beroepsimkers, honinghandelaren en amateurs, gecoordineerd behartigd zullen worden.
JOUSTRA