In afwachting.
Zooals onze lezers op de titelpagina van het Octoberno. hebben kunnen zien is van een bereidheid tot samensmelten van alle organisaties op bijenteeltgebied alleen bij den Ned. Imkersbond sprake. De Zuidelijke bonden gevoelen alléén voor een inniger samenwerking en de houding van de Alg. Ned. Imkersver. (Buitenhof) is niet erg duidelijk.
Het zal nog wel eenigen tijd duren voordat een ieder er van overtuigd is, dat er in de bijenteelt geen andere belangen zijn, dan de bijenteelt zelve en tot zoolang leven wij dus in afwachting. In afwachting van het gezonde verstand. Dat wil natuurlijk geenszins zeggen, dat dit afwachten passief zal zijn; niets is minder waar. Ons Hoofdbestuur met deszelfs energieke Voorzitter is al sedert lang doende om te pogen de bijenteelt op een hooger plan te brengen en wij hebben daarbij de medewerking van de Zuidelijke bonden, welke evenals wij de noodzaak inzien van een opvoeren van het peil van onze vaderlandsche bijenteelt.
Hoe zich dat plan zal voltrekken ligt natuurlijk nog in het duister, al moet men daaruit niet opmaken, dat er geen plannen zijn. Integendeel! Reeds jaren staat op dit program een saneering van het Nederlandsch Honingcontrôlestation, een Proefbijenstand en een georganiseerde Ziektebestrijding. Het wachten hiervoor is slechts op een maatregel van de autoriteiten. Zoodra die maatregel genomen is, kunnen we direct van wal steken en zullen deze 3 noodzakelijke onderdeelen in werking treden. Wanneer deze zaken tot stand zijn gekomen hebben we al veel bereikt, doch niet alles.
De bijenteelt vraagt nog veel meer maatregelen; we hebben er al verschillende in onze diverse artikelen genoemd. Het loonend maken van de bijenteelt moet een van de eerste zorgen zijn en daaraan zal dan ook met volle kracht gewerkt moeten worden. Maar dat kan alleen met volle medewerking van onze imkers. Zij toch dienen niet af te wachten wat er van bovenaf gaat gebeuren, doch zij zullen zelf reeds de hand aan den ploeg dienen te slaan. In de eerste plaats wat betreft de verzorging van hunne bijen. Het is nu een ieder wel duidelijk, dat wij met alle macht aan de voedselvoorziening van ons volk dienen te werken en wie daartoe maar eenigszins in de gelegenheid is, mag de kantjes er niet afloopen. Onze imkers zijn in dat proces een belangrijke schakel. Direct en indirect zijn zij er bij betrokken en het kan niet onverschillig zijn of zij niets, weinig of veel uit hun bedrijf produceeren.
Laten wij het eens duidelijk zeggen. Een ieder weet wel op welk tijdstip de hoofddracht in zijn streek valt. Een ieder weet ook wel, dat het eene volk soms veel, het andere daarentegen geen of zeer weinig productie geeft. In het algemeen kan men zeggen, dat de volken, welke een behoorlijke productie gaven op tijd klaar waren, d.w.z. op het oogenblik dat de dracht voor de deur stond, ook werkelijk mans genoeg zijn om die dracht te benutten. Volken welke pas bedrijfsklaar zijn als de hoofddracht is afgeloopen, hebben maar een zéér betrekkelijk nut. Zij vullen des imkers bijenstand, doch niet zijn honingvaten!
De taak van onze imkers is dus om er voor te zorgen, dat zij flinke volken krijgen, welke op het juiste oogenblik bedrijfsklaar zijn. Deze taak mogen zij niet verwaarloozen, noch in hun eigen belang, noch in dat van ons volk. Hoe zij dat zullen moeten doen is bekend genoeg en bovendien er is lectuur in overvloed en aan practische voorlichting ontbreekt het in geen geval. Het is alleen maar de vraag of men bereid is voldoende zorg aan zijn volken te besteden. Alleen wanneer de imker zelf zich op de hoogst mogelijke productie toelegt kunnen maatregelen om het bedrijf loonend te maken effect hebben. Ook al zou vaststaan, dat een behoorlijk loonende prijs voor de producten gegarandeerd zou worden, dan nóg zou dit weinig baten, indien we t.a.v. de honigopbrengst niet tot een topprestatie komen. Zeg niet, er is in onze streek toch niets te halen; dat komt vaak heel anders uit, zooals onderstaand voorbeeld duidelijk doet zien.
Voor eenige jaren, bij een lezing, ried ik aan om zich eens op zomerhoning toe te leggen. Men verzekerde mij, dat er in die streek nimmer zomerhoning gewonnen was en ook niet gewonnen zou kunnen worden; de bijen haalden hoogstens den kost. Door het toepassen van een andere bedrijfswijze - dus zulk een waarbij de bijen niet te laat kwamen - werd er in die streek het volgend jaar wél zomerhoning gewonnen. Ook onze korfimkers kunnen meer uit hun bedrijf halen; zelfs véél meer, De korfimkers hebben thans zelfs een zeer goede kans, omdat zij practisch de eenigen zijn, die was oogsten. En hierbij springt het nut van het korfbedrijf duidelijk in het oog. Zij moeten er echter óók voor zorgen, dat hun volken op tijd klaar zijn, zorgen dat de zwermen vroeg afkomen, niet teveel zwermen van een volk willen hebben en vooral ook hun product zindelijk oogsten en bewerken.
Wij leven in afwachting; in afwachting van het gezonde verstand van organisaties en van den enkelen imker.
JOUSTRA.
Naschrift. Hetgeen op de titelpagina van het Oct.no. geschreven werd, gaf aanleiding tot eenig, misverstand, vooral wat betreft de afdracht per imker. Deze afdracht zal vanzelfsprekend niet eerder geschieden, dan nadat de Alg.Verg. zich daarover heeft uitgesproken.