De Meijerkast.


III

Bij de in het vorig art. aangegeven elf punten waaraan het kastje moest voldoen, staat no. 1 de grootte, omdat dit volgens mij de voornaamste factor is.
De bestaande kasten werden onder de loupe genomen en nagegaan welke voordeelen, doch ook welke bezwaren zij in zich vereenigen.
Zooals door sommige imkers terecht werd opgemerkt is een groote verscheidenheid van kasten - hiermee wordt dan hoofdzakelijk bedoeld van ramen - uit den booze. Ik kon echter geen kast ontdekken, waarin de elf punten, in het vorig art, genoemd, waren gecombineerd.

De door mij zelf gebruikte kast Alberti, reeds eerder beschreven heeft veel bezwaren voor het winnen van raathoning en het plaatsen in de boomgaarden en is practisch hiervoor niet geschikt. Hoe staat het nu met de Simplexkast? Is deze geschikt voor het winnen van raathoning? Of zou misschien als de afmeting van de kast iets werd gewijzigd, of het aantal ramen, of iets dergelijks, de kast niet nog beter geschikt worden voor raathoningoogst? Bewezen is, dat de maat van het Simplexraam in de practijk voldoet. Niettegenstaande dat, zijn verschillenden van deze maat afgegaan, o.a. Tukker, Versteeg, Cancrinus, Minderhoud e.m.a. Niet alleen dat zij de grootte van het Simplexraam wijzigden, ook het model werd heel anders genomen. Stelden Tukker en Cancrinus de voorkeur aan een laag en gedrukt model, Versteeg en Minderhoud prefereeren een hoog- of staand raam. Dacht Versteeg boven de hoogramen raathoning te winnen, Minderhoud (frk. model) probeerde dit achter de hoogramen. De laatste manier lijkt mij, wat "de zit" van het bijenvolk betreft, natuurlijker dan de eerste manier. Cancrinus wilde met zijn raammaat toch iets met de Simplex gemeen houden en nam de hoogte van broed- en honingkamer gelijk aan broed- en honingkamer der Simplex, met dit verschil, dat broed- en honingkamerramen van Cancrinus even groot waren, terwijl broed- en honingkamerramen van de Simplex in grootte verschillen.
Verschillende grootimkers zien we, die er wel Simplexmaat op na houden, doch 10 ramen naast elkaar te veel vinden om raathoning te winnen, Uit dit alles blijkt, dat de grootte van de kast een zeer voorname rol speelt.

Nu de vraag, hoe groot moet dan eigenlijk een kast zijn, voor het winnen van raathoning of met andere woorden: hoe groot moet de inhoud (het volume) der kast zijn en welke afmetingen zijn de meest gunstige om tot dit volume te komen? Eerst een vergelijking met de Simplex, Wat zien we met deze kast gebeuren wanneer zij doeltreffend klaar gemaakt wordt voor het winnen van Raathoning? Antwoord: 1e. Broedkamer verkleinen, b.v. door het inbrengen van houten raten; 2e. Honingkamer verkleinen, b.v. door het inbrengen van klossen, Toch moeten we de romp van de Simplex in zijn geheel mee heen en weer sleepen naar de heide, hetwelk onnoodig de vrachtprijs verhoogt en een bezwaar is bij op- en afladen, afgezien van de honingkamerraammaat, welke in normale gevallen de helft te groot is. De Simplex is dus, hoe goed hij ook mag zijn voor het winnen van slingerhoning, voor het winnen van raathoning te groot.
Om nu, de maat van het Simplexraam handhavende, toch tot een grootte van een kast te komen, met een behoorlijke ruimte en afmeting voor honing- en broedkamer, kwam ik tot het model volgens teekening in het Maartno.

Een broedkamer, plaats biedend voor acht ramen (Simplexmaat) in kouden bouw, met daarboven een honingkamer plaats biedend voor acht ramen in warmen bouw, die elk 1 kg. raathoning aan spekraten kunnen bevatten, komt overeen met het volume van een vrij groote korf, die naar mijn meening groot genoeg is, a, voor het huisvesten van een goed heide- of najaarsvolk b, het bergen van een 15 à 20 pond honing. Grooter moest dus de kast ook niet worden, omdat overdreven grootte geld kost en plaats in beslag neemt tijdens het vervoer en op den stand. Iemand die een kastje in elkaar prutst waarvan de broedkamer 8 Simplexramen in kouden bouw bevat, daarboven een honingkamer waarin 8 kleine raampjes in warmen bouw, heeft volgens mij de allerbeste grootte van een kast, voor het winnen van raathoning.

De verdere afwerking der kast, de sluiting, de toevoer van lucht tijdens de reis e.m.a, zijn van minder belangrijken aard. Conclusie: 1e. Grootte en afmetingen van het Simplexraam zijn goed, zoodat dit raam behouden moet blijven; 2e. Een broedkamer, waarin 8 dezer ramen geplaatst kunnen worden is groot genoeg voor een heide- en voorjaarsvolk; 3e. De ruimte voor raathoning moet niet te groot zijn: ± 9 d.m.3 en ook de ramen moeten zijn van klein formaat.

Over de andere punten bij een volgende gelegenheid.