Vereenigingsnieuws.
Statuten, Huish. Regl. en Uniform Afdeelings-Reglement.
Onze voorraad reglementen, welke bij de bekende gebeurtenissen werd vernietigd, is weer aangevuld. Binnenkort zijn ze weer verkrijgbaar. Tot 25 exemplaren 10 ct. per stuk. Van 26-50 exemplaren 9 c per stuk. Meer dan 50 exemplaren 8 ct. per stuk franco bij vooruitbetaling op postrek. 27772 Amersfoort.
Fonds voor de getroffen imkers.
Gedurende November kwamen verschillende giften binnen. Ook bestaat nog gedurende Dec. gelegenheid het fonds aan te vullen. Een volledige verantwoording zal in het Jan.no. verschijnen. Den gevers hartelijk dank.
Verkiezing lid van het Hoofdbestuur Groep VII.
26 afdeelingen namen aan de stemming deel ; 1 afdeeling leverde geen stembiljet in.
Aantal uitgebrachte geldige stemmen 92; volstrekte meerderheid 47. Uitgebracht op het aftredend lid F. W. Beekhuis van Till 15 stemmen, op A. van Rooijen 77 stemmen. Gekozen is dhr. A. van Rooijen te Ede, dien wij met zijne benoeming geluk wenschen.
Neem lidmaatschapkaart en convocatie op vergaderingen mede.
Imkers, die een vergadering bezoeken zullen er verstandig aan doen om hun lidmaatschapkaart en/of convocatie mede te nemen. H.H. Secretarissen, die een vergadering uitschrijven wordt aanbevolen op die convocatie te plaatsen: Tevens bewijs van toegang.
Ledenlijsten en quotum.
Dringend wordt verzocht om een tweetal ledenlijsten en het quotum voor 1941 spoedig te doen overmaken aan den alg. secr. te Amersfoort, postrekening 27772. Er kan dan beoordeeld worden hoe groot de oplage van het Maandschrift moet worden en het voorkomt opeenhooping van werkzaamheden in de toch al drukke wintermaanden.
Den leden wordt verzocht bij eerste aanbieding van de lidmaatschapkaart deze te willen accepteeren. Vooral in het gure jaargetijde is het voor den penningmeester geen pretje meermalen op pad te gaan. Spaar hem dus overbodige moeite.
Verspreide leden.
Zij, die hun contributie nog niet hebben gestort (f 2.-) worden verzocht, dit na 5 December niet meer te willen doen, aangezien dan per post over dit bedrag (verhoogd mei 20 ct. administratie- en inningskosten) wordt beschikt.
Beleefd wordt verzocht bij aanbieding van de kwitantie deze direct te willen voldoen. Het bespaart zooveel moeite en kosten.
Winter 1939-1940.
Ons ligt nog allen versch in het geheugen de bizonder strenge winter welke wij achter den rug hebben. Het ligt niet in onze bedoeling om die koude-periode nog eens in herinnering te brengen, doch wél zouden wij gaarne volledige gegevens hebben hoe het met de bijen is gegaan.
Er zijn veel bijenvolken gestorven en de schattingen loopen nog al ver uiteen. Het aantal moet echter buitengewoon belangrijk zijn.
Aan onze secretarissen vragen wij daarom een nauwkeurige opgave van het aantal volken, dat in 1939 werd ingewinterd en het aantal, dat den winter doorkwam en wel zoodanig„ dat zij nog levensvatbaarheid hadden. Deze opgave kan worden gedaan op de achterzijde var. het in te zenden jaarverslag. Het gaat dus om de vraag hoeveel bijenvolken van de afd. of het correspondentschap in 1939 werden ingewinterd en welk aantal den winter doorkwam.
Met een enkel woord kan wellicht de vermoedelijke doodsoorzaak worden vermeld b.v.: te weinig voedsel, te klein, te laat ingewinterd enz. Een nauwkeurige opgave is gewenscht waarbij wij onzen leden verzoeken hieraan mede te werken. Opgaven van individueele imkers wordt niet gevraagd: zij kunnen opgave aan hun afdeelingen verstrekken.
-0-
CONCEPT STICHTINGSACTE voor de in het leven te roepen BEDRIJFSRAAD VOOR DE BIJENHOUDERIJ IN NEDERLAND,nader vastgesteld in de vergaderingder Contact-Commissie van Vrijdag 8 November 1940.
Heden, den ................................. negentien honderd en veertig, verschenen voor mij, Notaris ter standplaats................... de Heer ..............................in zijn hoedanigheid van schriftelijk gemachtigde van de Heeren: Mr. L. R. J. ridder van Rappard, wonende te Gorinchem en J. A. Joustra, wonende te Amersfoort, onderscheidenlijk voorzitter en secretaris van de Vereeniging tot Bevordering der Bijenteelt in Nederland; Ir. H. Bemelmans, wonende te Roermond en P. H. Reintjes, wonende te Leunen (Venray) onderscheidenlijk voorzitter en secretaris van den Bijenhoudersbond van den Limburgschen Land- en Tuinbouwbond: S. Lauwers, wonende te Esbeek en P. J van Haaren, wonende te Tilburg, onderscheidenlijk voorzitter en
secretaris van den Roomsch Katholieken Bijenhoudersbond van den Noord-Brabantschen Christelijken Boerenbond, blijkende van deze volmacht uit een onderhandsche volmacht van lastgeving, welke na door hem lasthebber voor echt erkend, in tegenwoordigheid van mij Notaris en na te noemen getuigen en ten blijke daarvan door allen onderteekend, aan deze minute is vastgehecht.
De comparant verklaarde, dat zijn lastgevers, handelende in hun voormelde hoedanigheid en ter uitvoering van een terzake genomen besluit der besturen hunner respectievelijke organisaties, uit het vermogen dier organisaties hebben afgezonderd in totaal een bedrag van f 220.- (zegge twee honderd en twintig gulden) te weten door de Ver. t. bev. d. Bijenteelt in Nederland f 140.- (zegge een honderd en veertig gulden) door de Bijenhoudersbond van den L.L.T.B. f 30.(zegge dertig gulden) en door de R.K. Bijenhoudersbond van den N.C.B. f 50.- (zegge vijftig gulden) welke bijdragen gebaseerd zijn op ieders oogenblikkelijk ledental, berekend naar ronde getallen van resp. 14000, 3000 en 5000 leden tegen 1 cent per lid, teneinde daarmede in het leven te roepen een stichting, welke geregeerd zal worden door de volgende bepalingen:
Naam en zetel.
Art. 1.
De stichting draagt den naam Bedrijfsraad voor de Bijenhouderij in Nederland en heeft haar zetel te Utrecht.
Doel en werkzaamheden.
Art. 2.
Het doel der stichting omvat:
a. de behartiging van de algemeene
ymkersbelangen in Nederland:b. de coördineering van de werkzaamheid der bestaande Nederlandsche organisaties van bijenhouders;
c. het in stand houden, c.q. het in het leven roepen van instellingen van algemeen nut op het gebied der Bijenhouderij;
d. het subsidieeren van instellingen en/of personen op het gebied der bijenteelt werkzaam.
Zij tracht dit doel te bereiken door alle wettige middelen, welke hieraan bevorderlijk kunnen zijn.
De stichting is bevoegd tot alle rechtshandelingen, die in den ruimsten zin des woords met haar doel samenhangen. Het maken van winst is van het doel der stichting uitgesloten; bij het streven naar haar doel treedt de stichting niet ongevraagd op het terrein van het interne vereenigingsleven van bovengenoemde organisaties van bijenhouders, behoudens de haar ex art. 12 toekomende bevoegdheid.
Art. 3.
Voor haar doel zal de stichting haar stichtingskapitaal, haar verder vermogen, haar jaarlijksche inkomsten of de renten van een en ander mogen aanwenden naarmate het den bestuurders het meest gewenscht voorkomt. Ten aanzien van de belegging der gelden zijn bestuurders gebonden aan de zorg van een goed huisvader.
Bestuur.
Art. 4.
De leiding der stichting berust bij een bestuur, dat bestaat uit een aantal van zeven leden; twee dier leden worden benoemd en ontslagen door het Hoofd van het departement van Landbouw en Visscherij; drie leden worden benoemd en ontslagen door het
hoofdbestuur van de Ver. t. bev. d. Bijenteelt in Nederland; een lid wordt benoemd en ontslagen door het hoofdbestuur van den Bijenhoudersbond van den L.L.T.B.; een lid wordt benoemd en ontslagen door het hoofdbestuur van den R.K. Bijenhoudersbond van den N.C.B.
De Rijksbijenteelt-Consulent(en) is (zijn), voorzoover zij niet door het betreffende departement of een der betrokken organisaties als lid (leden) is (zijn) aangewezen, van rechtswege adviseerend lid(leden) van het bestuur en heeft(hebben) als zoodanig tot alle vergaderingen van het bestuur toegang. Het bestuur kan ook andere personen tot adviseerend lid benoemen.
Bestuurders wijzen in onderling overleg uit hun midden een voorzitter, een onder-voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan, waarbij bepaald kan worden, dat laatstgenoemde functies door één, persoon kunnen worden bekleed; het bestuur kan voorts buiten zijn leden een Directeur aanstellen, wiens taak en bezoldiging bij huishoudelijk reglement worden geregeld.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel treden voor het eerst als bestuurders der stichting op:
a. voor het departement van Landbouw en Visscherij de Heeren ..........
b. voor de Ver. t. bev. d. Bijenteelt in Nederland de Heeren
.......... c. voor den Bijenhoudersbond van den L.L.T.B. de Heer .......
d. voor den R.K. Bijenhoudersbond van den N.C.B. de Heer ......
Vertegenwoordiging.
Art. 5.
Het bestuur vertegenwoordigt de stichting in en buiten rechten; bestuurders zijn tezamen bevoegd tot alle daden van beheer en beschikking, dit laatste met inbegrip van de daden als bedoeld in art. 1833 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek; de stichting wordt tegenover derden wettelijk gebonden door de handteekening van den voorzitter en den secretaris. Alle van de stichting uitgaande stukken, daaronder alle akten, worden door tenminste
welke de Directeur in opdracht en/of krachtens machtiging van het bestuur zelfstandig voert, dan wel afdoet.
Art. 6.
De werkwijze van het bestuur, waaronder de oproeping tot en de wijze van vergaderen, zoomede de uitoefening van het stemrecht, de benoeming, de schorsing en het ontslag van den Directeur en andere functionarissen, de vaststelling van diens of hun instructies worden bij H.R. geregeld.
Inkomsten en uitgaven.
Art. 7.
De inkomsten der stichting bestaan uit:
a. rente van kapitalen;
b. bijdragen van bijenhoudersorganisaties;
c. heffingen op verstrekte accijnsvrije suiker;
d. subsidiën van Rijks- en andere overheidsinstanties;
e. andere geoorloofde inkomsten.
Art. 8.
De uitgaven der stichting bestaan uit:
a. subsidiën aan instellingen van algemeen nut op het gebied der Bijenhouderij in Nederland en/of aan personen op dit gebied werkzaam;
b. vergoedingen voor door de bestuurders gemaakte reis- en verblijfkosten;
c. salarissen aan den Directeur en eventueele andere ambtenaren;d. materieele uitgaven in verband met de administratie;
e. andere geoorloofde uitgaven.
Begrooting van inkomsten en uitgaven.
Art. 9.
Het bestuur maakt jaarlijks voor 1 Maart - voor het eerst op 1 Maart 1941 - een begrooting op van ontvangsten en uitgaven voor het komende kalenderjaar. Bij die begrooting wordt tegelijkertijd bepaald, welke bijdragen, c.q. heffingen van de deelnemende organisaties en andere lichamen, waarvoor het treffen van zoodanige maatregelen geoorloofd is, gevorderd zal worden; de daarvan te verwachten opbrengsten zullen in die begrooting moeten zijn verwerkt.
Deze begrooting wordt de betreffende organisaties tegelijk met het in art. 12 bedoelde besluit voor 1 Maart ter kennisneming toegezonden.
Rekening en verantwoording.
Art. 10.Jaarlijks voor 1 Maart - voor heteerst voor 1 Maart 1942 - maakt het bestuur een beredeneerd verslag opvan de werkzaamheden der stichtingover het afgeloopen -kalenderjaar, welkverslag tevens moet bevatten de rekening en verantwoording betreffendehet kapitaal en de inkomsten en uitgaven over het tijdvak, waarover hetverslag loopt, met vermelding van dewijze, waarop het kapitaal op 31 December van het laatst verloopen jaarbelegd was, zooveel mogelijk met overlegging van de noodige bewijsstukken en een accountantsrapport. Dit verslag wordt na vaststelling ter goedkeuring ingezonden bij het Hoofd van het departement van Landbouw en in hoofde dezes vermeld. Goedkeuring van dit verslag door voornoemd departementshoofd, welke goedkeuring eveneens geacht wordt verkregen te zijn, indien na verloop van 30 dagen na dato afzending, geen bericht is binnengekomen, dechargeert het bestuur van het gevoerde beheer over het tijdvak, waarover het verslag loopt.
Toezicht.
Art. 11.
Het toezicht over het beheer der stichting wordt uitgeoefend door het Hoofd van het departement van Landbouw en Visscherij; bestuurders worden geacht rekenplichtig en het Hoofd van voornoemd departement belanghebbend te zijn, een en ander in den zin van art. 771 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Rechten en verplichtingen der deelnemende organisaties.
Art. 12.
Zoolang de drie deelnemende bijenhoudersorganisaties officieel in het bestuur der stichting vertegenwoordigd zijn, onderwerpen zij zich aan de besluiten van het bestuur der stichting betreffende een jaarlijksche afdracht uit ieders vereenigingskas aan de stichting, met dien verstande, dat de te vorderen bijdragen, gebaseerd hetzij op ieders ledental op 31 December van het afgeloopen kalenderjaar, hetzij op de door elke organisatie verstrekte jaarhoeveelheid accijnsvrije suiker in het loopende kalenderjaar, hetzij op beide, per jaar nimmer een bedrag van 25 cent per lid en/of 1 cent per kilogram afgeleverde suiker te boven mogen gaan.
Elk der deelnemende organisaties heeft telken jare het recht om haar vertegenwoordiging in het bestuur te doen eindigen, mits van zoodanig besluit uiterlijk voor 1 Juli per aangeteekend schrijven aan den voorzitter der stichting wordt kennis gegeven. De rechtsgevolgen van zoodanige beeindiging treden eerst op 1 Januari daaraanvolgend in.
De van de deelnemende organisaties krachtens dit artikel gevorderde bijdragen behooren in het geval eener heffing per lid voor 1 Maart en in geval eener heffing per K.G. verstrekte suiker bij voorjaarslevering voor 1 Juni, bij najaarslevering voor 1 December van het jaar waarvoor de heffing geldt aan den penningmeester zijn afgedragen, een en ander vergezeld van de noodige bescheiden.
Vergaderingen.
Art. 13.
Het bestuur vergadert tenminste tweemaal 's jaars en verder zoo dikwijls als de voorzitter of tenminste twee der bestuursleden dit wenschelijk achten. Het bestuur neemt geen besluiten, indien niet tenminste vijf bestuursleden aanwezig zijn. Moet dientengevolge een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, dan kunnen ongeacht het alsdan aanwezige aantal bestuursleden, met betrekking tot de op den oproepingsbrief vermelde onderwerpen, besluiten genomen worden, alles voorzoover niet in strijd met het bepaalde in art. 16 dezer acte.
Art. 14.
De bestuurders ontvangen vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig het Reisbesluit 1916 voor Rijksambtenaren naar het tarief der derde klasse.
Geschillen.
Art. 15.
Alle geschillen, als bedoeld in art.1 620 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden in hoogste instantie beslist door het Hoofd var het departement van Landbouw er Visscherij, dat recht doet gelijk goede mannen naar billijkheid, met toepassing van de statuten en het huishoudelijk reglement der stichting.
Wijziging.
Art. 16.
De in deze acte vervatte bepalingen kunnen met uitzondering van de ar. tikelen 2, 11, 16 en 17, te allen tijde worden gewijzigd of aangevuld bij notarieele akte, waarin de bestuurders de wijzigingen en aanvullingen vast leggen, nadat daartoe de goedkeuring van het Hoofd van het departement van Landbouw en Visscherij verkregen is en met dien verstande, dat voor wijziging, c.q. aanvulling van het bepaalde in art. 4 lid 1 en in art. 9, alles voorzoover dit de rechten en verplichtingen der deelnemende organisaties betreft, tevens de goedkeuring van de besturen dier organisaties vereischt zal zijn.
Wijziging van de artikelen 2, 11, 16 en 17 zal daarentegen wel mogelijk zijn, indien daarmede beoogd zou worden het verkrijgen van kwijtschelding, vermindering, vrijstelling of besparing van eventueele belastingen.
Ontbinding.
Art. 17.
Tot opheffing en ontbinding der stichting moet worden overgegaan: a. indien het doel, waartoe zij in het leven geroepen werd, bereikt is dan wel onmogelijk geworden is; b. indien, het doel nog niet bereikt zijnde, de besturen van alle deelnemende organisaties van bijenhouders ieder voor zich het besluit genomen hebben, om hun vertegenwoordigers uit het bestuur der stichting terug te trekken.
Bij opheffing en ontbinding der stichting zal hetgeen na betaling van de eventueele schuld zal overblijven ter beschikking worden gesteld van het Hoofd van het departement van Landbouw en Visscherij, dat de resteerende gelden zal moeten bestemmen voor een doel, hetwelk zooveel mogelijk het doel der stichting nabij komt.
Bij liquidatie der stichting treden de laatste in functie zijnde bestuurders als liquidateurs op en zullen deze als zoodanig rekening en verantwoording afleggen aan voormeld departementshoofd, alles met inachtneming van het bepaalde in art. 1702 lid 2 en 3 van het Burgerlijk Wetboek.
Huishoudelijk Reglement.
Art. 18.
Het bestuur stelt een H.R. vast, dat geen bepalingen mag bevatten in strijd met deze statuten.
Waarvan akte enz. enz. enz.