VRAGENRUBRIEK.


Alle vragen worden zooveel mogelijk in een volgend nummer beantwoord. Zij moeten daartoe tijdig bij dhr. G.J. Lankkamp te Bathmen zijn binnengekomen. De vragenredacteur bepaalt of het antwoord direct zal volgen of tot een volgend nummer kan blijven wachten. In bizondere gevallen (nl. indien een antwoord spoed vereischt en niet tot het e. v. nummer kan wachten), kan een vraag rechtstreeks en schriftelijk worden beantwoord, mits postzegel is bijgesloten.

Vraag 27. Midden 1940 bewaarde ik in een kist een aantal ramen met veel stuifmeel. Thans ligt het stuifmeel gedeeltelijk op den bodem der kist, gedeeltelijk zit het los in de cellen, zoodat het er gemakkelijk uit te schudden is. In deze vorm nemen de bijen het natuurlijk niet op. De vraag is nu : Heeft het nut, om dat stuifmeel te verwerken in borstplaat of te mengen met stamphoning?
J. F. C. te V.
Antwoord: Bijna zeker leeft in Uw stuifmeelraten een mijtsoort, zooals die ook wel voorkomt in oude kaas. Bij vergrooting met een gewone loupe zult U de diertjes duidelijk kunnen waarnemen. Van hier uit is de kwestie met Uw ramen natuurlijk moeilijk te beoordeelen. Ziet U echter onder de loupe deze mijt, dan kunt U het stuifmeel wel zonder gevaar in stamphoning verwerken.

Vraag 28. Van een 2 jaar geleden gevangen bijenzwerm, die ik in een oude korf deed, kreeg ik 4 zwermen, die ik in 3 kastjes (appelkisten) en weer een oude korf deed. Hoe moet ik er mee aan, de oude versleten korven te vervangen door nieuwe ? De korven zijn niet meer in staat, dat ze het afkloppen zullen kunnen verdragen.
G. v. d. Z. te W. (Fr. )
Antwoord: Ik verwijs U even naar het antwoord op vraag 13 in het Mrtnummer. Ook wanneer U er voorkeur aan geeft, korfimker te blijven, kunt U de daar aangegeven methode volgen. Zoodra U het volk langs den daar omschreven weg in een kast heeft, kunt U de bijen wel weer verhuizen naar een nieuwen korf.
Andere middelen om de volken uit de oude korven te krijgen zouden slechts zijn: afkloppen, afbotsen en salpeteren. Daar de korven te slecht zijn om de bijen af te kloppen, komt afbotsen evenmin in aanmerking, zoodat alleen het salpeteren overblijft. In elk boek over bijenteelt kunt U dit leeren. Zoo noodig nog maar even vragen.
Na het afsalpeteren, dat dan in Uw geval vóór Mei zou moeten geschieden, (meestal doet men het na de heide-oogst) kan dan het broed, en vooral het verzegelde, in den nieuwen korf worden gespijld om er daarna het volk in te slaan.
Het aanwezige voedsel uit den ouden korf kan dan als voerhoning aangewend worden.

Vraag 29. Als stads-bewoner kan ik mijn pas-aangeschafte bijen slechts houden als mijn buren geen last krijgen van zwermen. Dit wil ik dan ook als het kan vermijden; en ten overvloede wilde ik als er geen gevaren aan verbonden zijn, de vleugels der koningin knippen. Wat is Uw meening hierover?
G. S. te A.
Antwoord: Aan het kortwieken der koningin is geen gevaar verbonden, als het goed geschiedt. Ik neem aan, omdat U er niet naar vroeg, dat U weet hoe het knippen moet gebeuren. Houdt er echter met het oog op Uw buren rekening mee, dat het steeds mogelijk blijft, dat de bijen hier of daar zich als zwerm willen verzamelen. Doordat de koningin echter thuis blijft, of voor de kast neervalt, trekken de bijen meestal meteen minuut of tien in de verlaten kast terug.

Vraag 30. Waarom wordt aanbevolen honing, om een regelmatige kristallisatie te bereiken, af en toe om te roeren? Tot dusver heb ik dit met mijn slingerhoning nooit gedaan, terwijl mijn honing in de flacons hoogstens wel eens een "wolkje" vertoont.
H. S. te R.
Antwoord: Bij mooi weer is er geen wolkje aan de lucht en bij mooie honing geen wolkje in de flacon! Dat er in Uw flacons wel eens een wolkje voorkomt, krijgt U door niet te roeren; en als het U eens recht tegenzou loopen, dan krijgt U op een goede (kwade) keer gekristalliseerde en vloeibare honing in lagen door elkaar.
Leest U eens het antwoord op vraag 2 in het Januari-nummer! Dit antwoord geeft U voldoende inlichting. Het daar ook aanbevolen roeren geschiedt om de kristallisatie-kernen door de geheele massa regelmatig te vermengen en tevens om de niet-kristalliseerende fructose te mengen door de glucose, die van de aanwezige suikersoorten alleen kristalliseert.

Vraag 31. Hoe en waar kan ik het beste een Krainer-volk bestellen? Of kan ik net zoo goed een KrainerKoningin bij een goed bevolkte kast doen? En hoe zou ik dat doen met 't minste risico dat ze deze dood steken? En wat zou zoo ongeveer de prijs wezen van zoo'n volk of koningin?
A. E. te E.
Antwoord: Om verschillende redenen ben ik tegenstander van den invoer van vreemde bijenrassen, vooral wanneer deze invoer niet onder zeer deskundige controle plaatsvindt. Zoowel de ingevoerde bijen als het meegegeven voer van het volk (of de moer) kunnen reeds besmettelijke ziekten naar hier overbrengen. Dit is één der redenen, waarom ik terecht meen, dat in dezen groote voorzichtigheid geboden is!
Wilt U echter voor Uzelf (en anderen) over dit gevaar heenstappen, maak dan Uw volk moerloos en voeg ongeveer een week later (als er geen open broed meer is) Uw nieuwe koningin in een moerhuisje toe op de gewone wijze.
Over prijzen en adressen kan ik geen inlichting geven.

Vraag 32. 1. Naar aanleiding vraag 14 in ons Groentje van j.l. Maart '41. Gaarne zou ik in de geheele handelwijze van omhang-, en in het bizonder de separatie-methode, door U nader zien toegelicht. Gezien er hier in mijn omgeving op dit gebied nog vele leken zijn, die wel proeven willen nemen met bovenstaande.
2. Volgens zeggen van een oudimker is een volk, dat in het voorjaar met stuifmeel thuis komt, niet moerloos. Wat is Uw meening?
J. le C.-K. te O.
Antwoord: De omhang- en separatie-methode vindt U in elk bijenboek van de laatste jaren duidelijk omschreven (o.a. Bijenteelt van Dr. Minderhoud en Het Bijenboek van Joustra).
Dat moerlooze volken geen stuifmeel thuisbrengen is een nog veel heerschende meening, die echter onjuist is.

Vraag 33. 1. Ik heb lastige buren die nu al zeggen dat als er zwermen in hun tuin komen ik ze niet mag halen. Hoe ver gaat dat?
2. Is er nog een afstand bepaald in de wet hoever men zijn bijen van de openbare weg moet houden?
V. K. te A.
Antwoord: Na informatie ter bevoegde plaatse diene, dat de wet niets zegt over afstanden, welke bijenvolken van den openbaren weg af moeten staan. Wel is deze zaak in enkele plaatselijke verordeningen geregeld. Als Uw gemeente-verordening hierover niets bepaalt en als U zich anders aan eventueele bepalingen houdt en overigens Uw buren door de bijen geen last veroorzaakt, dan blijven zwermen Uw eigendom, als U kunt aantoonen, dat ze van U zijn. Art. 629 van het Burgerlijk Wetboek zegt, dat de eigenaar het recht heeft, de aan hem toekomende zaak van iederen houder terug te vorderen in den staat, waarin zij zich bevindt. Voorloopig zou ik dus geen zorgen hebben over zwermen, die misschien in den tuin Uwer buren zouden kunnen terecht komen.

Vraag 34. Ik heb 10 korven met bijen; 6 Maart heb ik er naar gezien en ik dacht tot half April hebben ze voer genoeg. 15 Maart heb ik er weer in gekeken en toen waren er twee bij waar zoowat geen voer meer inzat; er lagen een hoop doode bijen onder en een hoop wasmul. Onder de andere acht korven een klein beetje doode bijen en geen wasmul; ik dacht dat er roovers bijkwamen. Zou daar nog een middel voor wezen?
Antwoord: Zonder Uw bijen gezien te hebben is de kwestie slechts te gissen. Zooals U het geval beschrijft lijkt het er meer op, dat U muizen in de twee bewuste korven heeft gehad en geen roof-bijen. Mochten er wel roovers aan 't werk zijn geweest, dan zal het goed zijn te controleeren, of de volken moerloos zijn. Ik veronderstel, dat U zoowel tegen muizen als tegen roofbijen wel de te nemen maatregelen bekend zijn.

Vraag 35. 1. Twee jaar geleden kocht ik een Eckhardt Koninginnemerkapparaat. Hierbij was een fleschje lijm. Bij gebruik is mij gebleken dat deze niet de minste kleefkracht bezit. En daar ik niet goed meer weet van wien ik dit betrok, kan ik mij natuurlijk ook niet meer met een klacht tot den leverancier wenden. Nu is mijn vraag of U mij een goed middel aan de hand kunt doen om de nummerschildjes op de moeren te plakken?
2. Tevens wilde ik U vragen hoe te handelen om het Rijksmerk op mijn honing te krijgen?
M. C. G. te H.
Antwoord: In verband met Uw eerste vraag liet ik U een prijscourant toezenden, waarin U dit plakmiddel vermeld vindt.
Wat Uw tweede vraag betreft, zal ik zelf U gaarne als aangeslotene bij het Nederlandsch Honingcontrolestation aandienen. Hoor ik even, of U hiermee accoord gaat?

Vraag 36. 1. Kunnen raten die gedeeltelijk of geheel beschimmeld of verkleurd zijn op de een of andere manier behandeld worden zoo, dat ze weer door de bijen aangenomen worden?
2. Is de zich in zulke raten aanwezige honing nog bruikbaar? Zoo ja, hoe te oogsten?
3. Weet U misschien ook welke prijs betaald wordt door de fruitkweekers in de Betuwe voor de plaatsing van prima kastvolken (10-raams) Simplex en korven tijdens de bloeitijd aldaar?
A. W. te V.
Antwoord: 1. Door de raten te zwavelen worden de schimmelsporen gedood. Door de ramen horizontaal liggend over een spiritusvlam te bewegen verdwijnt ook de groen-achtige laag, terwijl de raten eenigszins smelten. Deze methode werd indertijd door een medewerker van het Maandschrift aanbevelen en vindt veel navolging.
2. Honing uit schimmelraten zou ik liefst niet gebruiken of verkoopen! Maak er bijenvoer van.
3. Fruitkweekers betalen f 2.- à f 2.50 voor de plaatsing van bijenvolken bij bloeiend fruit. Deze prijs is echter voor de imkers naar mijn meening onvoldoende, vooral als men in den bongerd zijn bijen ver van huis heeft staan.

Vraag 37. Aangezien ik, zelf timmerman zijnde en nog kort imker, kom ik U voor het onderstaande om om raad vragen.
1e. De juiste maat voor de afstand der ramen.
2. De breedte der ramen is dat ook van belang, daar ik hier zooveel verschil in zie. Ik bezit twee kasten waarin ramen die 25 m.m. breed zijn en enkele van 20 m.m. breedte. In het bijenboek van Joustra zag ik dit model afstandblikje of draad wat ook in mijn kasten zit, doch maten kon ik er niet bij vinden.
3. Moeten de kasten hermetisch gesloten zijn of moet er ventilatie aan zitten, daar mijn kasten elk jaar (ik imker nu twee jaar) vooral boven de kleedjes, druipen van water en veel schimmel. Ze zeggen tegen me dat die kasten te secuur gemaakt zijn. Aangezien ik net kasten aan het maken ben en voor bovenstaand afstandblikje een apparaatje wilde laten maken om zelf te ponsen zou U mij zeer verplichten indien ik omgaande bericht van U kreeg.
A. d. S. te Z.
Antwoord: De gebruikelijke maat voor de breedte der latjes, waarvan ramen worden gemaakt is 20 m.m. Op deze lat past precies het afstandsblikje dat 36 m.m. breed is. Met deze gegevens kunt U narekenen, dat latjes van deze breedte 16 m.m. van elkaar afkomen en dat latjes van welke breedte ook, in het hart 36 m.m. van het hart der naastliggende ramen behoren te liggen.
Wat vraag 3 betreft heeft U de volken zeker al te goed afgedekt tegen den winter. Laat gerust wat ventilatie naar boven mogelijk! Natuurlijk zijn kasten nooit te secuur gemaakt!

Vraag 15 van D. v. E. te H.
Toelichting bij het antwoord in het Maart-nummer: Hier werd verwezen naar een vraag van H.L. te W., die in het zelfde nummer zou hebben gestaan als er plaatsruimte ware geweest. (Deze vraag komt echter in het April-no. voor, zooals U wel gezien zult hebben.) Het groote aantal inkomende vragen is oorzaak, dat U werd verwezen naar iets, dat nog komen moest.
L.