Koolzaad, bijen en imkers.
Joustra
In dit orgaan is reeds door verschillende schrijvers gewezen op het nut van bijen bij de bestuiving van het koolzaad. Wij kunnen aannemen, dat een ieder daarvan wel overtuigd is.
Bestaat er ook belangstelling voor? Bestaat er van de zijde der imkers voldoende belangstelling voor? Laten we alle bezwaren eens op zij zetten en het te bereiken doel in het oog houden en dat is mede te helpen aan het winnen van zooveel mogelijk koolzaad in 1942.
Hoewel de koolzaadverbouw nagenoeg uitsluitend op kleigronden wordt beoefend, kan koolzaad ook heel goed op goede zandgronden worden verbouwd, mits voldoende stikstof wordt verstrekt. Het is dus niet onmogelijk, dat wij in 1942 ook diverse zandstreken met koolzaad zien bezaaid.
Waar is dat koolzaad nu voor noodig zal men vragen. Uit koolzaad wordt Raapolie bereid en dit is o.m. een voortreffelijke grondstof voor de fabricage van margarine. Waar getracht wordt 40.000 h.a. met koolzaad te verbouwen, kan uit de opbrengst 24.000 ton Raapolie worden gemaakt, welke 30.000 ton margarine kan opleveren. Voor ons volk is in totaal per jaar 95.000 ton boter en margarine noodig. Het behoeft dus geen betoog, dat een goede koolzaadoogst van groot belang kan zijn om in de behoefte van boter te voorzien.
Ook is Raapolie geschikt als bakmiddel, terwijl uit de bestanddeelen welke na het uitslaan van de olie door de oliefabrieken-overblijven nog Raapkoeken kunnen worden gemaakt. Deze Raapkoeken zijn een voortreffelijk veevoeder. Men neemt aan, dat de zaadopbrengst bij een bijenbezoek minstens 10% hooger is dan bij gemis aan deze insecten. Dat wil dus zeggen, dat, indien de koolzaadvelden niet door onze honingbijen bevlogen worden, de bovengenoemde geschatte opbrengst 240 ton Raapolie minder oplevert of wat zoowat op hetzelfde neerkomt, er kan dan 300 ton minder margarine uit bereid worden. 300.000 kg. vet meer of minder in dezen tijd, het is een ieder duidelijk, dat dit gewicht in de schaal legt.
Daarom wekken wij onze imkers op, om zooveel als maar eenigszins mogelijk is hun bijen op de koolzaadvelden te plaatsen en wij dringen er bij onze afdeelingsbestuurders op aan om ons tijdig in te lichten waar in hunne omgeving koolzaad verbouwd wordt, hoeveel de oppervlakte bedraagt en hoeveel bijenvolken er nog bijgeplaatst kunnen en moeten worden.
Wij van onzen kant zullen dan trachten imkers te bewegen met hun volken naar de koolzaadvelden te reizen. Het indirecte nut van de bijenteelt is steeds grooter geweest dan het directe nut. Thans is er én boter én honing te winnen. Maak thans Uw plannen voor het volgend voorjaar.
Reeds meldde men ons, dat in Muntendam een aantal h.a. koolzaad is gezaaid en dat er bijen geplaatst kunnen worden. Imkers in die omgeving stellen zich in verbinding met dhr. D.A. Huisman, Hoeve „De Munte" aldaar. Wie volgt?