OP DEN BIJENSTAND.
J.H. Schwieters
Het pleit is beslecht.Het is vooral de korfimker die de kosten van het geding heeft betaald.
Natuurlijk heeft ook de kastimker, die reeds een flinke zomeroogst te maken had, geen heidehoning geoogst. Korven welke vóór de heidedracht reeds een gewicht van meer dan 40 pond hadden, wegen nu nog amper 30. En dat zijn dan nog uitzonderingen. Er zijn heele standen waar geen der korven het gewicht van een opzetter haalt. Wel jammer en teleurstellend. Wel komen de volken met een groot broednest en veel jonge bijen van de heide op stal. Is dit nu al goed voor een volgend jaar, het is een wissel op de toekomst, nu grijpt men er naast! Dit is nu al de vierde heidedracht in successie, welke vlak slaat. De animo voor het bijenhouden bij den korfimker slinkt dan ook zienderogen.
De oorzaak van het falen van dit jaar ligt in hoofdzaak aan te lage temperatuur tijdens de heidebloei. Deze was gemiddeld 4 à 5 gr. C. te laag, voor een nieuwe nectarafscheiding. Trots het slechte weer was er nectarafscheiding, doch zeer gering. Was dus de temperatuur slechts een week lang opgeloopen tot 30 gr. C, dan was, gegeven de stand der struikheide, er zeker een goede opbrengst aan heidehoning gekomen.
De eerste helft van October is nog zeer geschikt om de volken wat suiker bij te voeren. Er wordt , daardoor nog nieuw broed gekweekt en de jonge bijen, daaruit geboren, zijn van groote beteekenis het volgende voorjaar. Het zijn de voedsters van het eerste broed. Heeft men nog uitgebouwde ramen met stuifmeel - dit laatste moet echter nog goed zijn, dus niet aangetast door schimmel, dan hangt men deze in het broednest van z'n opzetters vóór men begint te voeren. Ook geeft het boterzaad op mooie dagen volop stuifmeel. Staat dit dicht bij een stal, dan is het een lust te zien sjouwen. Stuifmeel is al even noodzakelijk voor een goede overwintering als honing en suiker. Vooral ook voor een vroege voorjaarsontwikkeling (Maart) is dit onmisbaar. Ook opzetters in ronde korven kan men - al hebben ze het gewicht - met zeer veel voordeel 1 à 2 kg. suiker geven. Dit jaar is dit zoo erg noodzakelijk, als in andere jaren wanneer ze een goede heidedracht achter den rug hebben. Er zit nu zeer weinig heidehoning in de volken. De suiker welke laat gevoerd wordt, bergen de bijen in het nest op en wordt zoodoende ook weer het eerst gebruikt. Dit bevordert weer de zitduur in de winter, omdat suiker geen faeces geeft. Ook wordt de honing dan bewaard tot het voorjaar.
Men zorge dat de woningen vochtvrij komen te staan. Zoowel van onderen als van boven moeten ze vochtvrij zijn. De bodemplank moet minstens een halve voet van den grond verwijderd zijn. De dekkleedjes van de kastvolken moeten poreus zijn. Kleedjes van waterdichte stof zijn daarom uit den booze. Ook legge men een paar latjes - ± 1 c.m. dik - dwars over de ramen. De tros kan zich dan over de ramen verplaatsen naar de plek waar voer is. Ook zorge men voor ventilatie boven de bedekking der volken. Mogelijke waterdamp moet uit de kasten kunnen ontsnappen, anders zal schimmelvorming optreden, wat zeer nadeelig is voor het volk en de raten. Het winterdek brengt men deze maand nog niet aan.
Heb ik reeds in het vorige nummer iets over den honingprijs etc. gezegd, het is me niet mogelijk, ook nu daar het zwijgen toe te doen. Het wordt toch zeker de hoogste tijd, dat we eens weten waar we aan toe zijn. Men heeft toch een zee van tijd gehad om adviezen in te winnen over de prijzen en deze zullen zeker van bevoegde imkerzijde verkregen zijn naar ik hoorde. Ook is het nog steeds niet bekend, wat er met onzen honing zal geschieden. Ik voor mij ben daar absoluut niet gerust over. In het „Weekblad voor Kruidenierswaren, Commestibles en Conserven" van 21 Aug. j.l. las ik o.a. het volgende;
„Binnenkort zullen de prijzen van kunsthoning, waarvoor de meeste natuurhoning (cursiveering van mij) zal worden gebruikt, bekend worden gemaakt, tezamen met de voorwaarden en bepalingen van de distributie".
Ik behoef U niet te vertellen dat dit bericht me verbaasd heeft. Ons product, waarvoor we jaren hebben gevochten, zal nu tot kunsthoning worden gedegradeerd! Het Honingcontrolestation heeft de voeten nog niet koud en nu gebeurt dit. Moeten nu de relaties, welke met zeer veel moeite tot stand zijn gekomen, zoo maar worden verbroken, m.a.w. de „goodwill" van een bedrijf zoo over boord worden gesmeten? Wij imkers mogen ons daar niet bij neerleggen. Wij moeten ons edele product onvermengd bij het publiek weten.