Actueel bijenpraatje.
Joustra
Hoe moet het met de honingdistributie? Dat is en blijft nog steeds de vraag van den dag. Men moet zijn honing inleveren en wel aan erkende handelaren en/of verwerkers van honing, doch waar blijven die ermede? Op onze vraag aan de Meelcentrale antwoordde men ons: naar de ziekenhuizen en verkrijgbaar op doktersadvies. Hoe men in 's hemelsnaam op dit idee gekomen is, is ons een raadsel, want bij ons weten wordt in geen enkel ziekenhuis honing verstrekt en er zullen maar weinig artsen zijn, die honing aan hun patiënten voorschrijven. Bovendien kunnen een paar grootimkers aan die aanvraag best voldoen, zelfs nu de heide totaal teleurgesteld heeft.
En dan, welke prijs mag men, d.w.z. de doorverkooper, eischen? De prijs van vóór 10 Mei '40 zeide men ons bij de Meelcentrale en wel zoolang nog geen definitieve eindverkoopprijs is vastgesteld.
Hoe hoog was dan wel de prijs van vóór 10 Mei 1940? Een knappe man, die het kan zeggen, want van een bepaalde prijs was geen sprake, Jan verkocht zijn honing voor die en Piet weer voor een andere prijs, terwijl al die prijzen nog afbraakprijzen waren bovendien. Van die doktersverkoop stellen wij ons al heel weinig voor en de ziekenhuizen zullen - stel, dat er toch nog zijn, die honing verstrekken - toch zeker ook niet zonder doktersattest aan de patiënten honing geven.
Waar blijft de rest van onzen honing? Onze medewerker van: Op den bijenstand" onthult ons, dat er kunsthoning van gemaakt wordt! K-u-n-s-t-h-o-n-i-n-g!!! En dan meenden wij, dat de distributie van honing ten goede zou komen aan de reclame voor ons Nederlandsch product!
In deze tijd van voedselschaarschte neemt men het niet zoo nauw meer met hetgeen men eet. Koffiesurrogaat, theesurrogaat, justabletten, pakjes dit en pakjes dát voeren de boventoon en al hebben we bewondering voor de genialiteit waarmede men smaken tracht na te bootsen, we hebben dit geenszins voor de poging om het kostelijkste aller voedsels grondig te bederven. Het is ons dan ook totaal onbegrijpelijk, waarom - stel, dat het waar is hetgeen dat kruideniersblad schrijft - men een kostelijk product als onzen honing tot kunsthoning gaat verwerken. Dat is de eer van een imker te na en het is te begrijpen, dat hij met wrevel hiervan kennis neemt.
Kunsthoning mag wellicht een behoorlijk zoetmiddel zijn en ook voedingswaarde bezitten, hij is zeker ook wel samen te stellen met andere producten dan honing, b.v. glucose, suiker e.d. en de honingsmaak is ook wel na te bootsen. Aan knappe chemici ontbreekt het ons land niet. We hopen van harte, dat de instanties, die het voor het zeggen hebben op het idee verwerking tot kunsthoning mogen terugkeeren en onze echte onvolprezen Nederlandschen honing in zijn natuurstaat aan den consument beschikbaar zal stellen. Uit het feit, dat men zoo lang wacht met het bepalen van den prijs mogen we wel concludeeren, dat men het met zichzelf nog niet eens is. Waarschijnlijk zullen adviezen van allerlei zijde daaraan niet vreemd zijn.
-0-
Het begint er op te lijken, dat de Bedrijfsraad er nu spoedig zal komen. Na veel gestrubbel, na jaren van traineering begint er nu licht door te stralen en de laatste hand aan een concept Stichtingsacte is gelegd.
Hier hebben onze Vereeniging in nauwe samenwerking met de Zuidelijke bonden, doch vooral onze Voorzitter, een werkzaam aandeel in en het lijkt thans zoo, dat de bijenteelt in ons land voor groote dingen staat. Mogen wij geen verdere klippen meer op onze reis tegenkomen en nu eens eindelijk van wal kunnen steken!
Door de lust tot separatie is onze Nederlandsche bijenteelt veel te lang tot werkeloosheid gedoemd geweest. Miniatuurbondjes beletten, door hun eenigste zorg de zaken goedkoop te beheeren, een verdere expansie. Zoo werd hier goedkoop de ergste duurkoop, want de zaken welke op ons program staan kunnen en mogen niet langer meer wachten. Ziektebestrijding o.a. kán geen oogenblik meer wachten. Reeds dreigen ons gevaren van buiten en slopen enkele binnen onze grenzen en wij staan machteloos daartegenover. De bedrijfsraad zal stellig deze misstand direct onder de oogen zien en mogelijk daaraan paal en perk stellen. Het vrijelijk binnenkomen van volken, die besmettelijke ziekten kunnen verspreiden zal dan wel tot het verleden gaan behooren en wij de oude roep van een gezond bijenras kunnen handhaven.
Ook het reizen met de bijen naar de drachtstreken behoeft een gezonde regeling, zoodat op een gegeven oogenblik het eene drachtveld niet overbevolkt wordt, waar een ander drachtveld bijen bij hoopen te kort komt. In dit verband wijzen wij op de komende koolzaadvelden waar het plaatsen der bijen geregeld dient te worden en wel zoo, dat koolzaadboer en imker daar het hoogst mogelijke profijt van kunnen trekken. Hier is werk aan de winkel voor onze afdeelingsbesturen en wij zouden gaarne opgave hebben van het aantal in het afdeelingsgebied gelegen koolzaadvelden met vermelding van het aantal bezaaide h.a. en zoo mogelijk opgave van het aantal verlangde bijenvolken.
-0-
De bijenteelt geniet grooter belangstelling dan ooit. Mogelijk ligt dit aan de wensch om zich bij de schaarschte aan levensmiddelen, van honing te verzekeren doch ook is dit ongetwijfeld het gevolg van de propaganda welke voor de bijenteelt gevoerd werd en waarvan het resultaat eerst later blijkt. Wij boekten een 1300-tal nieuwe leden sinds 1 Januari en de stroom blijft aanhouden. Er zijn afdeelingen, welke meer dan 10 nieuwe leden boekten. Aan deze nieuwe leden wijden wij op een andere plaats een artikel.
-0-
En nu zijn de lange winteravonden in het verschiet. Wegens de verduistering zal vooral te plattelande het vergaderbezoek moeielijk zijn en gewoonlijk slechts plaats kunnen hebben bij lichte maan. Uit ervaring weten wij maar al te goed, dat de tocht langs voetpaden en water bij duisternis, vaak met levensgevaar kan geschieden en het is dan ook niet te verwonderen, dat dit vergaderbezoek te wenschen overlaat. Doch ook weten wij, dat er nog heel wat geleerd moet worden om zijn bijen vakkundig te behandelen. Misschien is het daarom mogelijk de vergaderingen op den middag te houden en in ieder geval zou men dit kunnen probeeren. Verbeuzel de tijd dan niet met niets om het lijf hebbende debatjes, doch kleed de vergadering zoo in, dat er wat te leeren is. Breng kleine gebruiksvoorwerpen mede en bespreek die. Laat een van de aanwezigen eens een bijenpraatje houden. Hij behoeft geen sprekerstalent te bezitten, als hij maar wat uit de praktijk kan vertellen. Reeds jaren geleden hebben wij daarom de zgn. praatavondjes ingesteld en gepropageerd welke avondjes als regel slagen omdat dan niet slechts één imker aan het woord is, doch ieder gelegenheid heeft aan de gesprekken deel te nemen. Wil men een groot opgemaakte avond hebben, noodig dan eens een spreker uit met een bepaald onderwerp. Wij weten nog lang niet genoeg en zelfs het eenvoudige is nog niet ieders eigendom.
En dan, laat de spreker niet voor stoelen en banken praten, doch woon zooveel mogelijk zijn voordracht bij. Voor een bestuur is het zoo ontmoedigend, indien al hun werk slechts matig beloond wordt. De beste belooning voor spreker en bestuur is volle zalen en ook niet voor den bezoeker? De bijenteelt moet meer vakkundig beoefend worden en men is daartoe uitstekend in de gelegenheid. Er is geen vak, dat zich in zoo'n intense belangstelling verheugt als de bijenteelt, doch mogelijk ook geen waar men meent het met een minimum aan kennis wel te zullen klaar spelen.
Willen wij aanspraak maken op waardeering, dan zullen wij ons uiterste best moeten doen ons zoo geliefd vak onder de knie te krijgen. Hoogdravende theorieën behoeven we niet te slikken. doch een goed inzicht in de praktijk van het imkeren kunnen wij allen gebruiken en hierin zijn we zeker geen van allen uitgeleerd.
En dan behalve dit en vooral voor wie geen vergadering kan bezoeken, lees.... lees..... lees. Wij bezitten een kostelijke bibliotheek en men kan de boeken gratis ter leen bekomen. Zij worden zelfs franco toegezonden, doch moeten weer franco worden teruggestuurd. Vraag eens voor 20 ct. een catalogus aan bij den Bibliothecaris van de Landbouwhoogeschool te Wageningen, kies daaruit enkele boeken en laat U die toezenden. Het studeeren wordt ons zoo gemakkelijk gemaakt, dat eigenlijk niemand een excuus heeft dit niet gedaan te hebben. Er is voor ieder wat wils, tijdschriften en boeken, te kust en te keur én lange avonden én een nieuw bijenjaar in het zicht.
Komaan imkers is het nog noodig U op te wekken? Doe het nu!