Een woord aan onze nieuwelingen



Joustra

Gij zijt met de bijenteelt begonnen en hebt U laten inschrijven als lid van onze mooie gezonde vereeniging. Misschien waart ge getroffen door het bijenleven zelf, of misschien ook door belangstelling in de levende natuur. Mogelijk ook hebt ge U potten vol honing in deze moeielijken distributietijd gedroomd of misschien wel een flinke bijverdienste. Velen zullen er ook toe zijn overgegaan omdat zij eindelijk begrepen hebben, dat hun boomgaard niet zonder bijen kan en weer anderen trekt de romantiek aan welke ontegenzeggelijk in het bijenvolk te vinden is.

In ieder geval zijt ge nu imker geworden en de eerste passen zullen wel moeielijk geweest zijn. Alles is nog nieuw voor U en ik weet zeker, dat bij velen Uwer de dorst naar weten is boven gekomen. Waarvoor dienen die gele, die roode, die grijze bolletjes aan de achterpooten? O ja, dat is was! Mis poes, dat is het lekker niet, het is stuifmeel. Stuifmeel? Maar dat zit toch in de bloemen en wordt toch door de bijen overgedragen naar andere (vrouwelijke) bloemen. Juist, ge weet het goed, maar de bijen hebben ook stuifmeel noodig en zelfs heel veel. O ja, wat doen zij er dan mee?
Ongetwijfeld zullen dergelijke en duizend andere vragen meer bij U zijn opgekomen als U voor het eerst Uw bijen zaagt in- en uitvliegen en ge zult ervaren, dat ge nog heel wat geheimen zult moeten ontsluieren om wat van het bijenleven te begrijpen. O, er zit zooveel in die bijenteelt, meer dan ge vermoedt en ge komt op terreinen waarvan ge misschien het bestaan wel weet, doch nooit gedacht hebt dit eens te zullen betreden.

Nu komen de echte imkers - waartoe men geboren moet zijn - naar voren. Velen Uwer wordt het te bont en vallen af. Velen echter ook, worden juist aangetrokken door dit vele, dat begrepen en geleerd moet worden en het is merkwaardig hoe spoedig men in deze eerst nog onbekende materie thuis raakt. En dan die imkertaal! ! Nou, nou, kan het niet wat gekuister er zijn dames bij. Ach neen, laat ze maar praten, hindert niet. Geen geciviliceer op dat gebied. Laat men maar spreken van moeren, van koppen, van gelligheid, om maar enkele uitdrukkingen te noemen. Het zijn vaktermen en wie ze verstaat is al een heel eind op weg om zich verstaanbaar te maken.

Dit jaar was misschien niet een van Uw beste jaren, misschien zijt ge teleurgesteld omdat ge Uw 30 pondjes honing niet hebt bereikt en misschien is het volgend jaar nog slechter. Mogelijk ook, dat ge een record-oogst hebt geboekt en U nu al een grootmeester waant, Ach, wij allen hebben dat meegemaakt om later te ervaren, dat we er nog o zoo weinig van weten en zoo dikwijls de raad van anderen noodig hebben. Laat U daardoor niet ontmoedigen, hou vast. Imkers zijn een taai ras, dat zich niet door tegenspoed in een hoekje laat drukken, doch juist door die tegenspoed geprikkeld wordt tot beter doen, beter kunnen. Pak daarom de zaak ferm aan, niet door maar steeds meer volken te willen bezitten, doch door hetgeen men bezit op een zoo deskundig mogelijke wijze te bewerken. Ge loopt nog in het achterste gelid, maar er is voor U ook plaats in het voorste; daar is zelfs heel veel plaats, Het voorste gelid telt veel te weinig imkers, er kunnen er nog massa's bij. Wanneer neemt U Uw plaats in de voorste gelederen in? En wie zal de eerste zijn?