VRAGENRUBRIEK.
Alle vragen worden zooveel mogelijk in een volgend nummer beantwoord. Zij moeten daartoe tijdig bij dhr. G. J. Lankkamp te Bathmen zijn binnengekomen. De vragenredacteur bepaalt of het antwoord direct zal volgen of tot een volgend nummer kan blijven wachten. In bizondere gevallen (n.l. indien een antwoord spoed vereischt en niet tot het e. v. nummer kan wachten). kan een vraag rechtstreeks en schriftelijk worden beantwoord. mits postzegel is bijgesloten.
Vraag 99. Wordt kunstraat ook door de wasmot aangetast? Zooja, hoe kan ik het dan het beste bewaren tot het volgend jaar? Door b.v. haar in een kist op te bergen, die door kranten afgesloten is?
J. B. te B.
Antwoord: Lees eens vraag 90 in het Sept.-nr. met het aanvullend antwoord in dit nummer. Dan heeft U een uitstekend middel om Uw kunstraat te beschermen als deze is opgeborgen in een kist.
Vraag 100. Gaarne zou ik van U weten, hoe te handelen met een van mijn bijenvolken, dat moerloos is (al geruimen tijd). Van een collega kan ik een koningin krijgen, maar hij vertelde er bij, dat het in dezen tijd van 't jaar een meesterstuk is om deze in te voeren. Nu voel ik mij op dit gebied heelemaal geen meester, daarom zou ik gaarne van U willen weten hoe in dit geval te handelen?
I. K. te 's H.
Antwoord: Als Uw volk al lang moerloos is, heeft U wellicht al eierleggende werkbijen en deze moeten op de bekende wijze worden verwijderd. Direct daarna brengt U de (bevruchte) moer in een kooitje in het volk. Het kooitje pas te openen wanneer inderdaad gebleken is, dat de moer wordt aangenomen. Zijn er eitjes van werkbijen te vinden, maar vooral als het reeds zoover is, dat verzegeld (bult-)broed aanwezig is, dan valt het werkelijk niet mee de zaak weer in orde te brengen. Lukt het niet, dan is er maar één weg over, n.l. het volk bij een ander voegen.
Vraag 101. Wat kan de reden zijn, dat bij stille moersverwisseling opgemerkt wordt, dat een jonge koningin vroeger aan den leg is ?
J. H. E. v. B. te S.
Antwoord: Zeer stellig omdat men bijna nooit het tijdstip der geboorte ontdekt. Soms is de jonge moer er zelfs wel, als de oude nog aanwezig is.
Vraag 102. Waarom mag men bij het opzetten van de honingkamers het rooster niet eerder leggen dan nadat de bijen in de honingkamer aan het werk zijn?
J. H. E. v. B. te S.
Antwoord: Omdat vóór dien tijd de bijen het rooster teveel voelen als een afsluiting. Zijn de bijen eenmaal boven bezig, dan blijven ze zich tot dit gedeelte van het huis aangetrokken gevoelen.
Vraag 103. Wat lijkt U beter, de slingerhoning, die afgeleverd moet worden, te verwarmen, zoodat hij niet versuikert; of zou ik hem zooals hij geoogst wordt inleveren?
J. D. te B.
Antwoord: Laten we den honing, die afgestaan moet worden, toch in zijn natuurlijken staat laten! Vooral nu er waarschijnlijk een mooie kans is, honing-consumenten uit eigen ervaring het groote verschil te laten ontdekken tusschen echten, natuurlijken honing en verhitten honing, moeten we die kans met beide handen grij- pen. Het kan werkelijk niet vaak genoeg gezegd worden, dat verhitte honing, al is er verder niets mee geknoeid, iets minderwaardigs is. Met niet zoo heel veel overdrijving gezegd, is verhitte honing: suikerstroop van honing gemaakt.
Vraag 104. Ik heb een kast waarin zich in de broedkamer flinke ramen met honing en broed bevindt. Kan ik die ramen uitslingeren zonder het broed te beschadigen? lk heb die bovenste randen ook al eens afgesneden, maar dan hield ik geen bizonder mooie ramen over. Ze werden wel weer volgebouwd, maar dan kreeg ik de volgende lente de koningin niet meer in het bovenste gedeelte. Kunt U mij daar misschien een goede raad in geven?
C. L. N. te A.
Antwoord: Als het broed verzegeld is, kunnen de broedkamerramen, zonder gevaar voor broed en den geoogsten honing, gerust geslingerd worden.
Vraag 105. Gaarne had ik deze vragen beantwoord:
1. Recept tot het maken van borstplaat tot het voeren van bijen.
2. Recept tot het lossen van gesmolten was aan de rand van pot of pan.
3. Hoe gebruikt men of verbrand men lossen zwavel voor het zwavelen van honingramen?
Toelichting op vraag 2:
Daar ik een waskanon heb en dit op de kachel aan de kook breng, staat de pan, waar de was in loopt, ook op de kachel. Daar ik de randen met de honing bestreek voor het verhinderen van scheuren van de was, is door de hitte de honing verdampt; althans deze doet geen dienst meer, de was laat niet los.
J. J. v. D. te O.
Antwoord: 1. Kook 1 deel water met 8 deelen suiker. Steeds roerend tot het mengsel goed aan de kook is. Giet het dan uit in een zeer plat sigarenkistje, een bijenraampje of iets dergelijks, waaronder men dan een papier legt. Na afkoeling is de borstplaat klaar.
2. U moet de uit Uw waskanon vloeiende was opvangen in een pan met water, zonder meer. Als later het was is afgekoeld, kunt U de koek gemakkelijk uit de pan nemen. Door inkrimping laat de waskoek vanzelf los van de wanden der pan.
3. Van pijpzwavel of poederzwavel maakt U een zgn. zwavellapje. U gaat te werk als volgt: smelt Uw zwavel en dompel er dan een stukje van een jutezak door, desnoods een ander grof lapje of een stuk van een briefkaart. De aldus vervaardigde lapjes doen dienst als "wavelslok".
Vraag 106. a. Kan men na de heidedracht, dus begin Sept., jonge koninginnen kweeken en zoo ja, is dit dan te verkiezen boven de moerverwisseling, die het volgend jaar plaats vindt?
b. Hoe dient men naakte, gesalpeterde volken te behandelen, om die te laten overwinteren? Hebben "afgesalpeterde" volken geen kwaden naam?
c. Als een moerdop van het edelvolk bevestigd wordt aan een raampje van een ander volk, wordt die moerdop dan niet stuk gebeten? Moet de moer uit het andere volk eerst verwijderd worden of niet?
d. Op welke wijze kan men een zwerm van een korfvolk voegen bij een kastvolk om dat te versterken?
e. Wat zijn de vroegste data om een moer af te nemen, te (drijf)voeren (voorjaar) en de omhangmethode toe te passen?
f. Draad in honingkamerramen te spannen is toch overbodig?
g. Zijn er momenteel reeds plaatsen bekend waar men de bijen op koolzaad kan plaatsen? Is het gewoonte dat de imker den eigenaar een vergoeding betaalt of omgekeerd?
J. B. te B.
Antwoord: a. Ja, dat gaat uitstekend. En het kweeken van jonge koninginnen op dit tijdstip heeft het voordeel, dat men geen nadeel uitoefent op een eventueele dracht, die later nog kan volgen, wat in den voorzomer steeds het geval kan zijn.
Lees eens vraag 4 in het nr. van Januari 1.1.
b. Naakte, gesalpeterde volken worden in 't najaar op dezelfde wijze gevoederd als alle andere volken. Komen ze in een geheel ledige kast of korf dan is alleen wat meer voedsel noodig. Afgesalpeterde volken kunnen alleen een kwaden naam hebben bij imkers, die dit werk verkeerd deden. Lees hiervoor vraag 10 in 't nummer van Maart eens na!
c. Ja, eerst de dop inhangen als het volk eenige dagen zonder moer is geweest.
d. Een prachtige methode is deze: rasp van een citroen of sinaasappel de buitenste (gekleurde) schil en roer hiervan wat door suikeroplossing. Besprenkel beide volken met deze oplossing en voeg ze dan bijeen.
e. Lees nu eens eerst het antwoord op Uw vraag a na. De vroegste tijd om te (drijf)voeren hangt af van het weder in het voorjaar. Vroeger dan eind Febr. echter nooit beginnen.
Voor de omhangmethode is het juiste tijdstip dit, als het volk zoover is ontwikkeld, dat men kan zeggen, dat het op zwermhoogte is. (Vlieghoogte Red.)
f. In 't geheel niet overbodig, als men de ramen wil slingeren, wel als men den honing als raathoning, bijv. van de heide wil gebruiken.
g. Hiervan is nog weinig te zeggen. Mij is één plek, hier in de buurt bekend, waar koolzaad is gezaaid.
Mededeeling Redactie. De meeste van deze en dergelijke vragen kan men in een bijenboek vinden, dat gratis uit onze bibliotheek geleend kan worden. De vragenrubriek is voor dergelijke vragen niet bestemd en andere vragers worden er door gedupeerd wegens plaatsgebrek.
Vraag 107. Nu ik de bijen afvoer voor den winter neem ik het voer als volgt: 11/2 gewichtsdeel suiker op 1 gewichtsdeel water en ga alles koud mengen en oplossen, daar gas niet voldoende beschikbaar is (distributie). Nu zou ik gaarne willen weten of U bekend is, hoeveel (gewicht ook weer) ik van dat mengsel aan de bijen moet geven, om één pond wintervoedsel in de raat opgeborgen te bekomen? Ik ben gewoon het aanwezige eigen opgelegde voer eerst te schatten (1 vierkante d.m. = 1 pond) en dan daarna zooveel voer bij te verstrekken, dat de volken met 10 kg. totaal aan voer den winter ingaan. Nu had ik tot nu toe een goede verhouding, maar dan kookte ik ht: mengsel. Dit gaat nu niet meer en dus moet ik van 't koude mengsel weer eerst op de hoogte komen.
P. M. te K.
Antwoord: 21/2 kg. van oplossing die U goed lang moet roeren wordt ong. 2 kg. wintervoedsel (gezegelde suiker-oplossing). Met deze gegevens kunt U zelf berekenen hoe lang U het voeren moet volhouden.
Aanvullend antwoord vraag 90.
In verband met deze vraag van C. O. te B. ('s H.-A.) uit de September-vragenbus, deelt men nog het volgende mede:
Middel tegen bijenluis. Er is Paradichloor benzol te koop in kristal vorm. Broc. en Steeman te Meppel brengt deze in den handel in tablet- vorm in rolletjes van 10 stuks, ad 34 cent. Van een tablet schaaft men wat op een stuk dun carton en legt dit tegen den avond op de bodemplank. Volgende dag wegnemen. Eenige malen herhalen. Deze zelfde tabletten zijn ook goed tegen wasmot.
Vraag (niet opgenomen) van H. P.O. te B. en van P. H. te P.
Antwoord: Een antwoord werd overbodig geacht, omdat U reeds Iangs anderen weg werd ingelicht.
Nader antwoord op vraag 89
A. v.d. B. te M.) volgt in één der e.v. nummers. In dit nummer kon er geen plaats voor gevonden worden.
Mededeeling.
Als gevolg van het zeer groote aantal vragen, gepaard aan de omstandigheden, dat door opgelegde papierbeperking slechts een bescheiden ruimte beschikbaar is, bleef een aantal vragen liggen. Zooveel mogelijk zullen deze in de eerstvolgende nummers worden behandeld.