OP DEN BIJENSTAND.
J. H. Schwieters.
Aan het slot van mijn vorig artikel ben ik wel een beetje voorbarig geweest U toen reeds een nieuwjaarswensch te laten toeben dit ter juister tijd te kunnen doen, wil ik deze wensch gaarne nog eens herhalen. Kan dit ook wel anders? Wie wenscht en hoopt nu niet op een zeer snel terugkeeren van normale toestanden en een vredige, gelukkige toekomst?
Ook voor de bijenteelt is het zeer gewenscht dat we weten waar we aan toe zijn. Al de geruchten en ook berichten en bekendmakingen van den laatsten tijd, dragen niet bij tot een goede en geregelde gang van zaken in dezen. Het tegendeel is eerder het geval en wordt alles op losse schroeven gezet. Het gaat met onze Vereeniging precies als met een bijenvolk. Valt men dit door veelvuldige, onnatuurlijke behandelingen geregeld lastig, zoo zal dit z'n goedaardigheid verliezen en het steeds slechter doen. Onze Ver. is van nature zoo gegroeid, als ze nu is. De beste krachten hebben steeds aan haar uitbouw en voortbestaan gearbeid. Een ernstige oppositie heeft nooit in haar geledingen bestaan en er is steeds gezorgd, dat gevaarlijke uitwassen op tijd werden uitgesneden. Getuige het verloop onzer laatste algemeene vergaderingen, heerschte er steeds een vaste gemeenschappelijke wil om de belangen onzer bijenteelt op de meest doelmatige en doelbewuste wijze te behartigen. Men had zelfs een mogelijkheid geschapen om verschillende groote en voor de bijenteelt onmisbare werken ten uitvoer te brengen. Ter elfder ure werden deze echter voorloopig onmogelijk gemaakt. Ook de honing-affaire heeft reeds heel wat kwaad bloed gezet En naar me dezer dagen ter oore kwam zal de uiteindelijke oplossing zeer, zeer veel teleurstelling brengen.
We zullen echter het definitieve einde afwachten en dan zeer zeker op deze zaak terugkomen.
Een goede raad is geld waard! En daarom: Laat een goed werkend volk met rust; ge bekomt minder steken en meer honing.
We leven wel in een raren tijd. Beter nog zouden we kunnen zeggen, dat we in een erzatztijd leven. Op schier alle gebied is het werkelijk goede product absent en moeten we ons vergenoegen met een remplacant of erzatz-artikel. En heel typeerend is het, dat elk erzatz-artikel door de betreffende handelsbranche als nog beter. nog smakelijker dan het te vervangen product wordt aangeprezen en zelfs laat men op een goeden dag je gelooven, dat het nee beter is dan het oorspronkelijke artikel.
In de dagbladen stond dezer dagen een prachtadvertentie voor kunsthoning. Qua advertentie niets aanstootelijks of merkwaardigs. Toch zoo-als het zoo vaak gaat, zat ook hier het venijn in den staart. In bedoelde advertentie stond het volgende fraais:
„Evenals bijenhoning bestaat kunsthoning uit suiker en vocht, maar de arbeid van de honingbij is bij kunsthoning door een HYGIENISCHE fabrieksinstallatie overgenomen".
De goedgeloovige gemeente wordt hier toch wel heel erg bij de neus genomen. Laten we deze zinnetjes eens nader onder de loupe nemen en eens zien wat voor nonsens daar wordt gedebiteerd. Daar wordt niets meer of minder beweerd, dan dat onze natuurhoning bestaat uit: suiker en water, m.a.w. je kunt net zoo goed kunsthoning gebruiken als natuurhoning; de ingrediënten van beide zijn toch immers hetzelfde. Zeker, onze natuurhoning bestaat ook voor ± 80% uit suiker, maar dit is geen rietsuiker (sacharose), doch invertsuiker (druivensuiker plus vruchtensuiker), Hij bevat slechts een klein percentage rietsuiker (sacharose). Verder bevat natuurhoning, enzijmen enz. en vooral ook diastatische fermenten. De kunsthoning daarentegen bevat slechts 50% suiker (sacharose). Deze moet eerst in het lichaam worden omgezet, terwijl de suiker in natuurhoning zeer gemakkelijk verteerbaar is en direct in ons bloed wordt opgenomen. En dan: een „vernuftige hygiënische fabrieksinstallatie heeft de arbeid onzer honingbij overgenomen. Tja, dat gaat maar zoo! Welke dwaas neemt dat nu ernstig?! Wil men daar soms ook nog mee zeggen, dat het werk onzer bijen niet hygiënisch gebeurt? Bewaar de goed gewonnen natuurhoning vijf jaar en hij is nog van dezelfde waarde en kwaliteit! Dat zegt iets!
Nog eenmaal de duim tusschen de lippen en onze bijen zijn totaal overbodig; de „vernuftige fabrieksinstallatie" fungeert ook als de onontbeerlijke overbrengster van stuifmeel van de eene bloem naar de andere. 't Gaat al precies als vroeger met de roomboter en de margarine. Trots al het chemische pogen en kunnen heeft men natuurhoning niet kunnen vervangen.
Imkers, waakt over Uwe belangen en houdt ons vaderlandsche devies: "Je maintiendrai" ook wat onzen honing betreft, hoog!
Met Januari beginnen de dagen te lengen. Een spreekwoord zegt: „Als de dagen lengen, begint de winter te strengen". Ook hoort men wel eens: "Driekoningen breken of leggen de brug", d.w.z., dat het dan ophoudt of begint te vriezen.
Voor Januari prefereeren we voor onze bijtjes nog volkomen rust, welke het best wordt gestimuleerd door een vorstperiode. Door het zachte weer in November hebben ze tot nu toe erg "los" gezeten en wordt het hoog tijd, dat ze "vast" komen te zitten. November heeft nogal verlies gegeven. Van onzen kant zorgen we, dat de rust op den stand zoo perfect mogelijk is. Men inspecteere eens heel voorzichtig, door korven en boogkorven iets achterover te houden, of er ook muizen in de woningen zijn geslopen. Bij aanwezigheid van muizen ligt er wat stuk gebeten stroo en raat en wat kapot geknaagde bijen (achterlijven) op de bodemplank. Aan den stank der muizen hebben de bijen een reuze hekel. Ze moeten er onmiddellijk uit en de toegangswegen worden goed versperd. De muizen zijn ook verzot op ledige broedramen, De achtergebleven vliezen of liever cocons der jonge bijen vormen hier de aantrekkingskracht. Berg ze zoo op, dat de muizen er niet bij kunnen. Een ratenkast is een ideale bewaarplaats, doch bij gebrek daaraan kunt U ze ook in bossen van plm. 10 à 15 stuks binden en aan een ijzerdraad op een tochtige droge plaats ophangen. Waar een muis aan geknaagd heeft, wil geen bij meer aan bouwen.
Weest zuinig met Uw bedrijfskapitaal; vooral raten (kunstraat) zijn op het oogenblik moeilijk te remplaeeeren. Ook de meezen zijn dezen winter erg lastig. Gaat dit zoo door, dan zal ik zeer tegen m'n zin, drastische maatregelen moeten nemen. Ze pikken de overtollige vlieggaten los. Dit is echter te voorkomen door er houtwol in te stoppen. 't Schijnt, dat deze vogels ook al in de algemeene voedselschaarschte deelen. En nu is het nog niet eens winter. Wat moet het worden als het gaat èn vriezen èn sneeuwen. De traditioneele kruimkens vallen niet meer van tafel; deze kunnen de menschen zelf te honger beet op.
Verder verhoede men zooveel mogelijk het uitvliegen. Vooral als er sneeuw ligt en het zonnetje al meer kracht krijgt is dit niet altijd te voorkomen. Zorg dan, dat de sneeuw voor den stal een paar meter geruimd is en verder bedekt met stroo, riet of iets dergelijks. Vooral op stroo gaan ze gaarne zitten rusten. Komt een bij in de sneeuw dan is ze steeds verloren,
Het weer kan in 't laatst van Jan, wel reeds zoo mooi en de temperatuur zoo hoog zijn, dat de bijen een reinigingsvlucht houden. Voor Jan, is dit echter wel uitzondering.
Het is nu ook tijd om z'n bijenwoningen en andere gereedschappen eens op te knappen. Tenminste voor zoover men de ingrediënten daarvoor nog kan krijgen. Vlechtriet is niet meer te krijgen. Ook spijkers en verf worden zuinig. U zult zich dus moeten behelpen. Laat evenwel dezen wintertijd niet ongebruikt en onbenut voorbijgaan. Straks als U de gereedschappen en woningen weer moet gebruiken hebt U geen tijd meer voor reparaties. Spijker ook Uw kennis nog wat bij - door het lezen van tijdschriften en boeken. Vooral in de bijenteelt is men nooit uitgeleerd.
Juist na het beëindigen van dit artikel zie ik een offic. publicatie "van den gemachtigde voor de prijzen" in de dagbladen over honingprijzen. De maximum prijzen van natuurhoning zijn daarin vastgesteld. Dus U mag ze ook nog goedkooper verkoopen! Slingerhoning is daar op één lijn gesteld met pershoning, of te wel het paard achter den wagen. Zooals gezegd: daarover een volgende keer meer.