De Koninginneval.

Voor vele imkers is de zwermtijd een moeilijke periode, omdat hun tijd en gelegenheid ontbreekt op de zwermen te passen. Voor dezulken is de koninginneval, systeem Alley, een uitkomst.
Dit instrument bestaat uit twee boven elkaar gelegen afdeelingen. De onderste daarvan is aan de voorzijde afgesloten door een reep moerrooster, zoogenaamd Herzog-rooster, uit evenwijdige metalen staafjes samengesteld. Dit rooster helt bovenaan wat naar voren.
Tusschen beide afdeelingen der val bevindt zich een plankje, waarin drie ronde gaten met een middellijn van 3% cm. Het middelste gat kan worden afgesloten door een schuifje, dat men van buiten af kan opentrekken. Op de beide andere gaten staan kogelvormige fuikjes van horrengaas, met een opening aan den top, waar een gewoon potlood door kan en dus ook een bijenkoningin.
De voorkant der bovenste afdeeling is weer koninginnerooster. Ook de achterkant is dicht. Van boven is de val afgesloten dooreen uitschuifbaar strookje rooster.
Vertoont nu een bijenvolk zwermneiging, dan zetten we de val voor het vlieggat. De aansluiting tegen den voorkant der kast moet zoodanig zijn, dat al wat uitvliegt door de val heen moet.
De werkbijen gaan ongehinderd door het rooster. Zoodra echter de moer met den zwerm mee wil, tracht ze ook de zwermende bijen naar buiten te volgen, loopt tegen het schuine rooster omhoog, kruipt door één der metalen fuikjes en zit dan gevangen in de bovenverdieping der val.
De imker verplaatst nu de zwermende kast en zet er een nieuwe voor in de plaats. De val met de moer komt hiervoor te staan. Door het middenschuifje open te trekken, kan de koningin de nieuwe kast inloopen, waarheen de zwermende bijen haar spoedig volgen. Zonder eenige moeite is de zwerm met de moer dus in de nieuwe woning op de oude plaats overgebracht.
De oude, verplaatste kast verliest al haar vliegbijen aan den zwerm, die dus zeer sterk wordt. Deze krijgt ook de reeds half gevulde honingkamer uit de oude kast. In deze laatste ontwikkelt zich een jonge moer. De nazwerm zal hier echter uitblijven, door gebrek aan vliegbijen.
Wie den heelen dag van huis is, kan de zwermval nog eenigszins wijzigen door de bovenste afdeeling ervan zoo groot uit te bouwen, dat er drie raampjes met wat wasraat in kunnen hangen. De moer loopt hierop, de zwerm voegt zich bij haar; en 's avonds vindt de imker alles boven in de val, waaruit hij de drie raampjes met den zwerm in een nieuwe woning kan overbrengen. Van verliezen van een zwerm is dus geen sprake.
Ook de darren worden iederen dag in de val gevangen. Het is daarom aan te raden, de val te verwijderen, als de zwermtijd voor dien dag voorbij is. In de schaduw gezet, sterven de darren spoedig. De geledigde val zet men 's avonds weer voor de kast.
Vanzelfsprekend mag men voor het afgezwermde volk geen val plaatsen. Immers moet hier de jonge moer gelegenheid krijgen om ter bruidsvlucht uit te vliegen.
Wie de beschreven val op de juiste wijze aanwendt, zal er veel genoegen en tijdbesparing door genieten.
Heeft men last van rooverij, dan brengt de val, voor het vlieggat van het beroofde volk gezet, ook weer uitkomst. Tevens kan men in den winter de koolmees beletten, bijen uit het vlieggat te bemachtigen, door hiervoor dan ook weer de val te plaatsen.
Men ziet: de deugden van dit nuttig instrument zijn vele!
Bovenomschreven val is o.a. verkrijgbaar bij onze Afdeeling Handel, Bijenhuis te Wageningen.
De Vereenigingsleider,
CHR. H.J. RAAD.