RIBSTON PIPPELING.

Afbeelding 3a, 3b, 3c.

Rassenlijst.

Oorspronkelijke plaat.

 

 

lory of York

Formosa Pippin   (Catalogue of the Fruits, N°. 704 en Ann. de Pom., III, pag. 13).

Travers'

Ribston Pepping

Englische Granatreinette  (Handbuch der Obstkunde, I, S. 353).

Travers' Reinette

 

Zie Beschrijving der vruchtsoorten, tweede reeks, N°. 125.

(Van Engelschen oorsprong.)

 

vorm: eenigzins afwijkend, nu eens hooger, dan eens iets platter, veelal komen ook de ribben sterker uit.

grootte: van de derde.

kelk: gesloten, eigenaardig omringd door een groen kransje.

steel: houterig, matig lang, komt zelden buiten de ronding der vrucht.

De kleur blijft zich in den regel vrij gelijk.

Het vleesch is vast, fijn, zoetachtig zuur, met een eigenaardigen rosmarijnachtigen geur.

tijd van gebruik: December—Maart; later verliest hij zijn aangenaam zuur. — Eerste rang voor tafel en huishouding.

De boom groeit goed, vormt een' schoonen hoogstam en is daarvoor, als ook voor piramiden, aan te bevelen, is zeer vruchtbaar en zal op de markt zeker goeden aftrek vinden. Wij bevelen deze soort den handel bijzonder aan, omdat zij vast van vleesch is, de vrucht goed tegen de verzending bestand, en hare schoonheid zelden verliest, wat bij appelen met zachter vleesch veelal het geval is. Eene bijzondere eigenschap dezer soort is, dat ze aan de zomertakken, vooral aan de boveneinden (de toppen), schuitvormige toegenepen bladeren voortbrengt, welke zeer wollig aan de onderzijden zijn, waardoor men ze op een afstand reeds kan onderscheiden.