BLANKE ANANAS-APPEL

Afbeelding 46a, 46b, 46c.

Rassenlijst.

Oorspronkelijke plaat.

 

 

nanas, blanke                    (Beschrijving der vruchtsoorten, tweede reeks, N. 101).

Tobias appel.

Weiszer Ananasapfel,   (Handbuch, IV, Seite 413).

 

 

afkomst: deze verscheidenheid is door den heer serrurier in het laatst der vorige of in het begin van deze eeuw uit Frankrijk ingevoerd, doch door de lange reis, welke deze boomen toenmaals noodwendig moesten maken, was de naam verloren gegaan; later kwam de soort in het bezit van den heer J. H. tobias te Zwolle, en werd zij door dezen aan de vroegere firma H. ottolander en zonen te Boskoop onder bovengemelden naam ter verspreiding gegeven.

 

vorm: somtijds iets lager en dan ook meer geribd dan de afgebeelde vrucht.

grootte: van de derde.

kelk: gesloten, met vrij lange en spitse bladeren, in eene wijde, meestal van vlakke verhevenheden omgevene holte.

steel: middelmatig, somtijds lang, houtachtig, grauwbruin, in eene diepe en vrij wijde holte, die meestal van dunnen, lichtgrauwen roest is voorzien.

kleur: doorgaans meer wasachtig geel dan de afgebeelde vrucht, niet zelden ook met een licht rozenrood blosje aan de zonzijde.

vleesch: geelachtig wit, vrij fijn , zacht, zoetachtig zuur, geurig, saprijk, zeer goed, met middelmatige cellen en kleine, meestal onvolkomene pitten.

tijd van gebruik: October; van den tweeden rang voor de tafel, meer aan te bevelen voor de huishouding.

De boom groeit sterk, vormt eene forsche kroon en is zeer milddragend; de eenjarige takken zijn lang en stevig, grauwbruin, hier en daar gestipt; de knoppen staan vlak tegen den tak; vooral op zandgronden voor den hoogstamden vorm aan te bevelen; de vrucht verkrijgt in dit geval ook meer haar kenmerkenden geur.