BEDFORDSHIRE FOUNDLING.

Afbeelding 84a, 84b, 84c.

Rassenlijst.

Oorspronkelijke plaat.

 

 

edfordshire Foundling (Beschrijving der vruchtsoorten, III, N°. 152; hogg, the Fruit Manual; Catalogue of the Fruits, N°. 42; downing , the Fruits, pag. 207).

Fündling aus Bedfordshire (Handbuch, IV, S. 93),

Cambridge Pippin.

Mignon de Bedford (Ann. de Pom., livr. 6).

 

afkomst: uit Engeland.

 

VORM: veranderlijk, somtijds veel breeder dan de afgebeelde vrucht, veelal sterk geribd.

grootte: van de eerste.

KELK: somtijds half open, somtijds gesloten, met lange, spitse blaadjes, in eene veelal matig diepe, bij groote vruchten zeer diepe holte, waarin zich dun, straalvormig roest bevindt.

steel: kort, houtachtig, 0.015 lang, in eene wijde, ondiepe holte.

huid: glad, dun, groenachtig geel tot citroengeel, aan de zonzijde in goudgeel overgaande, hier en daar met roode kringetjes, met vele witte stippen. Enkele vruchten hebben eenig straalvormig roest.

vleesch: geelachtig wit, grof, los, zacht, zuur, aangenaam.

klokhuis: smal in verhouding van de vrucht, van groene aders omgeven; de cellen zijn niet ruim, de pitten donkerbruin, meestal zeer onvolkomen.

GEBRUIK: November—Februari, — van den eersten rang voor de huishouding, ook als siervrucht zeer gezocht.

De boom groeit goed, doch zeer onregelmatig, en is zeer vruchtbaar. De twijgen zijn sterk, onregelmatig, licht olijf bruin, met weinige, vrij ronde, somtijds hoekige stippen; de knoppen plat, meer breed dan hoog; de scheuten dof bruin, met een weinig wol; de bladeren zeer groot, lang, meestal golvend gebogen, scherp gepunt; vele bladeren zijn scherp en gelijkmatig, andere ondiep en onregelmatig getand. Misschien is deze soort alleen voor den cordon-vorm aan te bevelen. Wegens haar onregelmatigen groei gelukt het zelden ze in goeden vorm te kweeken; pyramiden en leiboomen zijn steeds zeer onvolkomen; de hoogstamde vorm zou nog boven deze beiden de voorkeur verdienen.