GRAUWE HERFST-REINETTE.

Afbeelding 95a, 95b, 95c.

Rassenlijst.

Oorspronkelijke plaat.

 

 

raue Herbst-Reinette (Handbuch, I, S. 153; MÜLLER, Obstk., N°. 56, S. 54; oberdieck, anleitung, S. 186).

Reinette grise d'automne (diel).

Reinette marbrée (märter).

Grosse gelbe Reinette  (Zuid-Duitschland).

Grosse graue Reinette  (Zuid-Duitschland).

Grüne Reinette. (Zuid-Duitschland).

Deutsche Reinette  (züllichem).

Sommer-Rabau   volgens mÜller; wij bezitten echter onder den naam Rabau andere variëteiten.

 

afkomst: volgens het Handbuch door diel uit Metz ontvangen; wij hebben ze van den heer OBERDIECK.

 

grootte: van de derde; in het Handbuch iets grooter afgebeeld dan de vruchten, die wij tot heden geoogst hebben.

kelk: meestal gesloten, langbladerig, wollig, in eene middelmatige holte, gewoonlijk met eene of meer vlakke verhevenheden, die zich gedeeltelijk vrij vlak over de vrucht uitbreiden , zoodat de dwarse doorsnede zelden volkomen rond is.

steel: 0.025—0.03, houtachtig, bruin met groen, een weinig wollig, in eene met roest bekleede holte.

huid: dik, groenachtig geel, aan de zonzijde eenigszins bruinrood met geel, bij ons geheel overdekt met dun, grauw roest, dat de grondkleur laat doorschemeren.

vleesch: geelachtig met groene aderen, zacht, vrij fijn, niet zeer saprijk, zuur, zonder eenigen geur, volgens onze ervaring niet aangenaam.

klokhuis: breed, min of meer open, met kleine cellen, waarin wij nooit goed ontwikkelde pitten hebben gezien.

gebruik: niet later dan October; — volgens ons gevoelen slechts van den tweeden of derden rang voor de huishouding.

De boom groeit in onze kweekerijen matig, vormt eene fraaie pyramide, is zeer spoedig vruchtbaar, maar laat reeds in September vele vruchten vallen. De twijgen zijn van gemiddelde lengte, bruin met groen, met schaarsche en fijne stippen; de knoppen plat, op weinig verhevene dragers; de scheuten stevig, op het gevoel eenigszins kantig, aan den top wollig; de bladstelen dik, stevig, 0.02—0.025 lang; de bladeren breed, bijna rond, stomp, stompgetand, van onderen wollig. Wij bevelen deze variëteit niet aan, er zijn veel beteren; wil men ze planten, dan neme men ze als pyramide.