MENU LIJST APPELS OORSPRONKELIJKE PLAAT

12. WINTER-PRINCES.

 

 

Volgens eene mededeeling ons gedaan door den heer Copyn, boomkweeker te Groenekan bij Utrecht, is deze variŽteit synoniem met de Linneous pippin, en door hem indertijd uit het naburige Jutphaas, waar zij in boomgaarden voorkomt, ontvangen. De boom, van welken de heer Copyn veredelingsrijzen ontving, stond of staat wellicht nog heden op de oude heerlijkheid de Heemstee, niet ver van het genoemde dorp. De variŽteit moet hier, volgens den berichtgever van den heer Copyn, door een R.K. geestelijke ingevoerd zijn, die haar uit BelgiŽ of Frankrijk had ontvangen.

De Linneous of Lineous pippin is naar 't geen de heer Oberdieck te Jeinsen in Hannover in zijn werk: Zusatze und Berichtigungen zu Band I und IV des Ill. Hand-buchs der Obslkunde, op. blz. 12 mededeelt, een synoniem van de Gelber Bellefleur, H.B. I, blz. 69 no. 19 en van de Metzgers Calvill, H.B. IV, blz. 197 no. 360 en deze wederom niets anders dan een synoniem van de Yellow Belle-fleur of Yellow Bellflower (Downing, the Fruit and the Fruit Trees of America, Rev. Ed., blz. 73), zoodat wij tot het resultaat komen, dat deze variŽteit afkomstig is uit Amerika en dat zij Yellow Belle-fleur moest genoemd worden. De moederboom wordt te Barlington in New Jersey gevonden.

Door de vergelijking der boomen van de Linneous pippin, welke wij uit Frankrijk ontvangen hadden, en die van de Yellow Belle-fleur, van welke wij reeds in 1863 entrijzen van de Soc. Hort. te Londen bekomen hebben; met de scheuten en twijgen van de Winter-Princes, zoowel als uit de beschrijvingen en afbeeldingen in de genoemde Duitsche en Amerikaansche werken, hebben wij de zekerheid verkregen, dat al deze namen tot een zijn terug te brengen. En daar de appel onder den naam Winter-Princes reeds burgerrecht in sommige gedeelten van ons vaderland heeft verkregen, vinden wij het maar 't best dien naam te behouden.

 

VORM EN GROOTTE: hoogrond, 0,09 hoog en 0,08 Ned. dik, somtijds nog grooter; aan oude boomen evenwel aanzienlijk kleiner, naar den kelk doorgaans smaller afgerond. Bij kleine vruchten vindt men somtijds eene kleine inbuiging even beneden de kelkvlakte. Naar den steel is de vrucht breeder.

KELK: gesloten, langbladerig, wollig, grauwgroen gekleurd, in eene nauwe, ondiepe holte, met plooien en ribben omgeven. Bij groote vruchten vindt men niet zelden weinig verheven ribben over de geheele vrucht.

STEEL: 0,01 a 0,02 Ned. lang, dun, houtachtig, in eene nauwe, diepe holte, die groenachtig gekleurd is met eenige lichtgrauwe roest vlammen.

SCHIL: fijn, glad, zeer droog op 't gevoel, groengeel, aan de zonzijde lichtgeel gekleurd, somtijds met eenige lichtroode vlammen en streepjes. De meeste vruchten missen deze streepjes en vlammen, maar zijn dan aan de zonzijde goudgeel. De stippen zijn nu eens grooter dan eens kleiner, enkele bruin gekleurd en door witte kringen ingesloten, andere, vooral naar den kelk, witachtig grauw. Zelden vindt men nabij de steelholte eenige roestfiguren, die zich dan tot op de halve vrucht uitbreiden.

VLEESCH: geelachtig, met geelgroene aderen, fijn, zacht, saprijk, van eenewijn-achtigen, zoeten, geurigen smaak en aangenaam zoet van geur.

KLOKHUIS: groot, bij groote vruchten bolvormig, de cellen zijn ruim, met langwerpige, donkerbruin gekleurde pitten.

TIJD VAN GEBRUIK: van November tot Maart. De appel is van den eersten rang voor het dessert en ook goed voor de keuken. De kleine vruchten zijn smakelijker dan de grootste. De heer Copyn, van wien wij de vruchten ontvingen die hierbij afgebeeld zijn, stelt deze appels met de Witte Winter-Calville in den eersten rang.

De BOOM groeit matig, maakt veel dunne, hangende takken, ook volgens Downing. Hij draagt veel, maar is op zandgronden aan kanker onderhevig. Jonge boomen groeien zeer sterk, volgens eenige waarnemingen; de twijgen zijn lang, stevig, lichtbruin gekleurd en hebben weinige, langwerpige stippen. De bladeren zijn groot, ovaal, stompgetand en stompgepunt. Op Paradijs veredeld lijdt de boom zeer veel aan kanker, waarom wij hem vooral aan den hoog- en halfstammigen kroonvorm aanbevelen, om in menigte in boomgaarden te planten, daar de vrucht eene goede markt vrucht zal zijn.

In Amerika is deze appel zeer gezocht; hij wordt, vooral uit New-Yersey. in massa naar de markt te Philadelphia gezonden.

K. J. W. O.