MENU LIJST FRAMBOOS & BRAAM OORSPRONKELIJKE PLAAT

 

BRAMEN.

Aanwijzingen voor de kweek.

 

Wij geven hier eenige regelen, die voor de cultuur van Bramen in 't algemeen gelden.

Alle Rubus verlangen een goeden, humusrijken tuingrond; inzonderheid is de Framboos het best te kweeken in niet drogen, veenachtigen met zand gemengden en goed bemesten grond. De Braamstruik tiert ook op zandige gronden welig; de hiervoor afgebeelde variëteit behoeft, wegens haren sterken groei, eene eenigszins beschutte standplaats.

Men plant de Bramen minstens op l Meter, liefst op 1.50 Meter afstand en wel in 't najaar. De scheuten of ranken worden tot op eene zekere hoogte — 0,10 a 0,15 Meter is lang genoeg — boven den wortel afgesneden. Het is voldoende den wortelstok te planten, daar zij uit den wortel nieuwe scheuten maken; een gedeelte van den stengel boven den wortel te behouden kan geen kwaad; men kan dan zien, waar men plantte. Doet men dit niet, dan is het noodig door een teeken de plaats, waar men den wortel geplant heeft, aan te wijzen.

Zoodra de scheuten eene lengte van pl. m. l Meter hebben bereikt, bindt men de sterkste aan eenen staak; de andere worden weggesneden zoo diep mogelijk in den grond, daar zij anders weer uitloopen en hinderen. Naarmate de scheut zich verlengt bindt men hem aan; de zij scheuten worden op eene lengte van ongeveer l Meter ingeknepen en zoo zij dan nog te vroege scheuten ontwikkelen, worden deze afgesneden. Zoodoende verkrijgt men een hoofdstengel, die in 't najaar eene lengte heeft van 2 a, 3 Meter en soms nog langer is. Deze hoofdstengel wordt tot op eene hoogte van 0,75 a l Meter boven den grond geheel kaal gesnoeid; de vruchten, die aan de aldaar geplaatste twijgen groeien zijn zelden goed, omdat zij door hare zwaarte te dicht bij den grond hangen en daardoor slijkerig worden. De zijtwijgen, die boven 0,75 a l Meter aan den stengel voorkomen, snoeit men tot op 2 a, 3 knoppen boven hunnen voet af. Den hoofdstengel kort men in tot op 2,50 a 3 Meter. Aldus in het voorjaar behandeld, zal hij eene menigte bloemen en later in Juli—Augustus evenveel vruchten voortbrengen. Onder aan den voet zullen zich nieuwe scheuten uit den wortel ontwikkelen; die, welke het gunstigst geplaatst en het sterkst zijn, behoudt men, terwijl de overige worden afgesneden. De behouden scheut wordt behandeld als boven is beschreven, om voor 't volgende jaar vruchten te dragen, terwijl de stengel, die vruchten gedragen heeft, bij of in den grond wordt afgesneden.

Een op deze wijze behandelde Braamstruik levert eene massa vruchten. Er is — wij meenen in het Weekblad Sempervirens, jaargang 1874 — medegedeeld, dat een welgekweekte stok 2000 tot 2500 groote, schoone, welsmakende vruchten geeft.

Sterkgroeiende variëteiten als de besprokene, kunnen ook als heggen dienen;

in plaats van den scheut aan een staak recht op te binden, leidt men dien dan langs latwerk of gespannen looddraad, op een afstand van l Meter boven den grond. In Amerika wordt de plant op deze wijze aangewend rondom aardbeziën-bedden; zij hindert de aardbeien niet en men plukt de vruchten, na deze te hebben ingeoogst.

In ons vaderland komen ook eenige variëteiten of soorten? van Bramen voor, van welke eene, die groote vruchten geeft, vooral in Gelderland in 't wild wordt gevonden. Misschien zou de aanplanting even goede uitkomsten geven als die van de Amerikaansche.

In Amerika is de kweeking van Bramen eene bron van rijk gewin. Te Durlington (New-Yersey) werden, naar men bericht, op 10 acre1) zeer lichten zandgrond, waar vroeger de minste wind het zand deed opstuiven, in 1862 650 bushels2) braambessen geoogst. Misschien ware ook in ons land op zandgronden eene proef te nemen.

K. J. W. O.

1) Een acre = een morgen.

2) Een bushel = ongeveer 36,343 Nederl. kannen.