Strijd tegen het water

Ten behoeve van de ontginning van de waard werden haaks op de rivierdijken sloten gegraven om de toekomstige akkers te ontwateren. Het ontwateren gebeurde op een natuurlijke manier, aangezien het veen in het midden van de waard oorspronkelijk hoger lag dan het rivierniveau. Als natuurlijke ontwatering niet mogelijk was, moesten sloten met verhang worden gegraven. Zo ontstond de kenmerkende landschappelijke structuur van de Krimpenerwaard met de duizenden sloten, vlieten, weteringen en andere waterlopen. Samen vormen ze een vijfde deel van het totale oppervlak van de waard. Het water speelt een cruciale rol in het landschap. Eeuwenlang hebben bewoners van de waard strijd geleverd tegen overstromingen en te drassige akkers. Hun ‘wapens’ zijn nu nog zichtbaar in de huidige Krimpenerwaard in de vorm van kaden, landscheidingen, dijken, sluizen en boezems.

De akkers en weilanden aan de rand van de waard werden bedreigd door water dat uit de hoger gelegen, nog niet ontgonnen en ingeklonken delen stroomde. Om dit water te keren, wierpen de bewoners dijkjes of kaden op met aan de bovenstroomse zijde een sloot. Deze waterkeringen zijn nu nog te herkennen als dwarsslootjes, wegen, kaden, tiendwegen en landscheidingen. Door de ontwatering is klink in het veen opgetreden. Hierdoor moest van natuurlijke afwatering op kunstmatige afwatering worden overgegaan. Dit kon eerst door bij laag water de uitwateringssluizen open te zetten.

Na verloop van tijd was in het middengebied van de Krimpenerwaard het veen zo ingeklonken en de waterstanden in de rivieren door bedijking zo hoog opgelopen, dat natuurlijke afwatering niet meer mogelijk was. De uitvinding van de windmolen in de 15e eeuw bracht uitkomst. Het overtollige water kon nu omhoog gemalen worden. De buitenste polders sloegen door middel van een molen rechtstreeks uit op de rivieren, de andere sloegen eerst uit op een aantal daarvoor gegraven boezems. De molen in Stolwijk kreeg hulp van een bovenmolen die in 1652 in Stolwijkersluis werd gebouwd. We kennen de boezems nu nog als de Berken Boezem, de Gouderakse Boezem en de Stolwijkse Boezem. Maar ook de Bergvliet en het oude veenstroompje de Loet deden dienst als boezem. Met de komst van de stoom- en later de elektrische gemalen verloren de molens en boezems hun functie. Sommige boezems verlandden, zoals de Gouderakse Boezem. We vinden er nu bosjes en struwelen.

In de Polder Veerstalblok zijn een aantal nog zichtbare relicten van de ontginning van de Krimpenerwaard en de strijd tegen het water terug te vinden. Het meest in het oog springen de Gouderakse Dijk, het langgerekte slagenlandschap met de vele sloten, de Veerstalblokboezem, de Gouderakse Tiendweg met de knotwilgen en andere authentieke beplanting in het gebied, die de slootkanten tegen afkalving behoedde.

Ga omhoog
Ga terug